Wat is de betekenis van Volmacht?

2019
2022-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

volmacht

volmacht - Zelfstandignaamwoord 1. (juridisch) een meestal schriftelijke verklaring, waarbij iemand een ander de bevoegdheid geeft om namens hem of haar bepaalde (rechts)handelingen uit te voeren Woordherkomst samenstelling van vol en macht Verwante begrippen bevoegdheid, lastbrief, machtiging, mandaat

Lees verder
2018
2022-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

volmacht

volmacht - zelfstandig naamwoord uitspraak: vol-macht 1. overeenkomst waarbij je aan een ander de opdracht geeft iets namens jou te doen ♢ met deze volmacht mag mijn vrouw bij de verkiezingen mijn stem uitbrengen Zelfstandig naamwoord: vol...

Lees verder
2013
2022-11-30
Winish Ganesh

Fractiemedewerker Tweede Kamerfractie PvdA

Volmacht

Met een volmacht geeft een persoon een ander persoon de bevoegdheid om rechtshandelingen te verrichten in zijn of haar naam. Ieder natuurlijk (en tevens meerderjarig) persoon is in beginsel bevoegd om rechtshandelingen te verrichten. Bij rechtshandelingen kan er worden gedacht aan de aankoop van een auto, het doen van boodschappen in de supermarkt,...

Lees verder
2009
2022-11-30
Praktisch Goederenrecht

Praktisch Goederenrecht

volmacht

De bevoegdheid om namens een ander rechtshandelingen te verrichten.

2003
2022-11-30
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

volmacht

volmacht - Ander woord voor machtiging: de bevoegdheid die iemand geeft aan een ander om namens hem rechtshandelingen te verrichten.

1981
2022-11-30
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

volmacht

lastgeving, machtiging. De koopman kan dikwijls niet persoonlijk alle werkzaamheden verrichten die er in zijn bedrijf nodig zijn. Hij kan zich dan laten vertegenwoordigen. Hij verleent volmacht. Het verst gaat de volmacht van de procuratiehouders, de procuratie. Daarnaast kennen wij andere, minder vergaande vormen van volmacht of lastgeving. Deze k...

Lees verder
1973
2022-11-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Volmacht

v./m. (-en), lastgeving, uitdrukkelijke of stilzwijgende overeenkomst waarbij iemand een ander opdraagt om een zaak voor hem en in zijn naam te verrichten: stemmen bij volmacht; (ook) het schriftelijk bewijs van zo'n opdracht: zijn volmacht tonen.

1958
2022-11-30
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

VOLMACHT

a. bewijsstuk dat men voor een ander een bepaalde handeling mag verrichten; b. gevolmachtigde. Persoon, die de V. heeft. In speciale betekenis: afgevaardigde die slechts na ruggespraak zijn stem mag uitbrengen; c. in Fr. waterschappen: bestuurslid, verkozen en gevolmachtigd door dorp of stad. De naam blijft, ook nadat 1803 ruggespraak verboden wor...

Lees verder
1952
2022-11-30
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Volmacht

s., folmacht.

1950
2022-11-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Volmacht

v. (-en), 1. lastgeving, uitgedrukte of stilzwijgende overeenkomst waarbij iem. aan een ander de macht geeft of de last opdraagt om een zaak voor hem en in zijn naam te verrichten: volmacht geven, verstrekken, hebben ; onbeperkte volmacht; bij volmacht huwen ; — ook : het schriftelijk bewijs van zulk een opdracht: zijn...

Lees verder
1949
2022-11-30
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Volmacht

verklaring, waarbij iemand een ander de bevoegdheid verleent een rechtshandeling in zijn naam te verrichten. Volmacht is te allen tijde herroepelijk en eindigt van rechtswege door dood, curatele of faillissement van volmachtgever of gevolmachtigde.

1937
2022-11-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

volmacht

v. volmachten (schriftelijk bewijs, dat iem. last heeft bekomen een zaak voor een ander, d. i. voor zijn lastgever, te verrichten): de volmacht heet ook lastgeving of mandaat of procuratie; de lastgever heet volmachtgever, de lasthebber gevolmachtigde of procuratiehouder; iem. volmacht verlenen om; bij volmacht.

1933
2022-11-30
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Volmacht

ander woord v. → lastgeving, mandaat.

1933
2022-11-30
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Volmacht

1° (in het publiek recht) zie → Delegatie. 2° (In het privaatrecht), a) De bevoegdheid van den lasthebber, welke uit een overeenkomst van → lastgeving kan voortvloeien om op naam van den lastgever (dus als diens onmiddellijke vertegenwoordiger) rechtshandelingen te verrichten. b) Het schriftelijk bewijs van een v. als bedoeld ond...

Lees verder
1930
2022-11-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

volmacht

('vol) v. (-en) 1. Eig. macht door iemand aan een ander gegeven om in zijn naam een zaak te verrichten: die de geeft heet lastgever, die ze ontvangt gevolgmachtigde; verlenen. Syn. machtiging. 2. Metn. schriftelijk bewijs daarvan.

Lees verder
1916
2022-11-30
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Volmacht

Volmacht - zie LASTGEVING. Onherroepelijke v., zie HYPOTHEEK.

1908
2022-11-30
Vivat

Schrijver op Ensie

Volmacht

door rechtmatige lastgeving erlangde bevoegdheid om een ander tegenover derden te vertegenwoordigen, voor en in de plaats van een ander iets te verrichten.

1898
2022-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VOLMACHT

VOLMACHT - v. (-en), eene overeenkomst waarbij iem. aan een ander de macht geeft of den last opdraagt, om eene zaak voor den lastgever in diens naam te verrichten ; het schriftelijk bewijs van zulk eene volmacht.

1898
2022-11-30
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Volmacht

zie Machtiging.