Volledig
bn. bw. (-er, -st), geheel, volkomen, waaraan niets ontbreekt: _ een volledig elftal; is het werk zo volledig? een volledige uitzet; een volledige beschrijving, waarbij niets vergeten is; — een volledige bekentenis, waarbij alles erkend wordt; — (als bw., niet aan te bevelen) geheel, volkomen: het schip is...