Wat is de betekenis van volk?

2019
2022-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

volk

volk - Zelfstandignaamwoord 1. een groep mensen die een aantal dingen gemeenschappelijk hebben, zoals afstamming, taal, gewoontes of overlevering 2. de inwoners van een land Het Franse volk steunt zijn president. 3. de lagere klassen 4. een aantal mensen 5. een groep insecten die in hetzel...

Lees verder
2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

volk

volk - zelfstandig naamwoord 1. groot aantal mensen bij elkaar ♢ er was veel volk op straat 1. het gewone volk [de gewone mensen] 2. grote groep mensen die samen in een land...

Lees verder
2017
2022-05-16
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Volk

Patroniem in onverbogen vorm bij een verkorte Germaanse naam met Volk-, zoals Folko/Fulco uit samengestelde namen als Volker(t)/Folker(t) (< Volk-hard), Volk-bert (vgl. Volpert, Vollebregt), Volk-win, Volkerijk, enz.

2007
2022-05-16
Amnesty International

Ontleend aan de encyclopedie van de mensenrechten

Volk

Een volk is een groep met een gedeelde taal, cultuur en geschiedenis. Volken zijn formeel de basis van het internationaal recht (volkenrecht). De VN-verdragen van 1966 noemen het recht op zelfbeschikking van volken, het Afrikaans handvest voor de rechten van mens en volken stelt dit met nog meer nadruk. Het zelfbeschikkingsrecht is daarmee onderdee...

Lees verder
2000
2022-05-16
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Volk

Het uitverkoren volk, naam voor het joodse volk; (fig.) volk dat zichzelf als door God uitverkoren beschouwt. In de bijbel wordt het volk van Israël beschreven als het door God uitverkoren volk, het volk dat Hij uitgekozen heeft om Hem te dienen en om zijn goddelijke leiding te ontvangen: ‘Het gedierte des velds zal Mij eren, jakhalzen en struisen,...

Lees verder
1981
2022-05-16
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

volk

mensen die tot een zelfde cultuur behoren (taal, gebruiken, overlevering, levensgewoonten, kunst, recht, enz.); vaak ook zijn ze door afstamming met elkaar verwant.

1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Volk

o. (-en, -eren), 1. de gemeenschap van de bewoners van een land die afstamming, taal, zeden, overlevering gemeen hebben; historisch als een zelfstandige groep optredend deel van de mensheid, m.n. voorzover in staten georganiseerd; het volk Gods, de joden; met betrekking tot aard en cultuur: een vredelievend een zeevarend volk; 2. de gezamenlijke b...

Lees verder
1958
2022-05-16
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

VOLK

Betekent in het Fr. ook: familie, in het bijzonder de naaste familie. Ús folk is der tsjin, de familie is er op tegen. In: it folk is by de boer betekent folk personeel. Dy boer kin gfin folk kalde, die boer kan slecht personeel houden. Ook betekent het mensen: It folk komt by de lju, de mensen komen bij de mensen, gezegd als er reeds bezoek...

Lees verder
1954
2022-05-16
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Volk

wordt in imkerskringen gebruikt als afkorting van bijenvolk: men duidt er ook mee aan de levende bewoners van een bijenkolonie; b.v. in: deze korf heeft een mooie ratenbouw, maar er zit maar weinig v. op.

1952
2022-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Volk

s.n., folk (it), folts (it).

1950
2022-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Volk

o. ( -en, -eren), 1. de gezamenlijke bewoners van een staat in betrekking tot hun souverein : de vorst voerde zelf zijn volk aan in de strijd; de koningin sprak tot haar volk ; volk en regering; 2. de gemeenschap der bewoners van een land die afstamming, taal, zeden, overlevering gemeen hebben; historisch als een zelfstandige groep op...

Lees verder
1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

volk

o. volken of volkeren, inz. in bet. 1 (1 natie, bewoners v. een zelfde land; mensengroep, die dezelfde taal, zeden, gewoonten hebben, [van dezelfde afstamming zijn]; bij verg. van bijen; 2 klanten, kopers; 3 lagere standen inz. arbeidende klasse; 4 mensen[menigte]; 5 arbeiders): 1. het Franse volk; het volk Gods, (Bijbel) de Israëlieten; een z...

Lees verder
1933
2022-05-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Volk

Meestal, vooral in het meer wetenschappelijk gebruik, isv. een begrip, dat van ➝ natie, ➝ stam en ➝ ras wordt onderscheiden; de uitdrukking: het Nederlandsche v., beteekent gewoonlijk de in Nederland, afgezien van nationale en andere verschillen, staatkundig tot een eenheid geworden menschen. In ruimeren zin beteekent volk ook: menschen-menigte of...

Lees verder
1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VOLK

VOLK - o. (-en, -eren), menigte, verzameling van menschen : er is veel volk op de been, op straat; er was veel volk op de markt; het volk liep te hoop ; — eene klasse van menschen die sommige eigenschappen gemeen hebben: het jonge volkje; dat is een raar, een leelijk volkje; het bedelvolk; — (spr.) hoe later op den avond, hoe schooner...

Lees verder
1898
2022-05-16
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Volk

zie Natie.

1870
2022-05-16
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Volk

Volk (populus) noemt men het geheel der ingezetenen van denzelfden Staat en ook wel het geheel der geringere klassen dier ingezetenen. In laatstgenoemden zin spreekt men van volksbeschaving en volksonderwijs.