Wat is de betekenis van vogelschrik?

2024-06-15
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-15
Typisch Vlaams woordenboek

Ludo Permentier en Rik Schutz (2015)

vogelschrik

vogelverschrikker Om de moestuin helemaal klaar te maken voor de oogst, vervaardigden de oudere leerlingen ook een vogelschrik. (Het Laatste Nieuws) Geen Algmeen Nederlands Gangbaarheid: 2 Vlaamsheid: 3

2024-06-15
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

vogelschrik

(de, -en) vogelverschrikker. ‘Moet ik met die vogelschrik uit Brussel trouwen?’ Dat was ongeveer het eerste wat de Oostenrijkse aartshertogin Marie-Henriette zich liet ontvallen, nadat ze was voorgesteld aan haar aanstaande, de latere koning Leopold II. - HV, 20-09-2002.

2024-06-15
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

vogelschrik

Vogelverschrikker. Hij zwerft rond de hoeve, elke dag, als een vogelschrik of als een geklede reiger, een doodversleten, doodmoede man met rijlaarzen en een tweeloop op de schouder, CLAUS 1958, 118. Hij leek meer een vogelschrik dan een koning: ze hadden hem, ten teken van macht, een verhakkelden purpermantel omgehangen, VERMEYLEN 1962, 29.

2024-06-15
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

vogelschrik

m. vogelschrikken (vogelverschrikker).

2024-06-15
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

vogelschrik

('vo:gəl) m. (–ken) vogelverschrikker.

Gerelateerde zoekopdrachten