Voelen
(voelde, heeft gevoeld), 1. door middel van de tastzenuwen, de pijn- of de temperatuurzin gewaarworden ; (overg.) ergens pijn voelen ; ik voel tocht; hij voelde de prik nauwelijks ; hij voelde dat er iemand aan zijn mouw trok ; — dat voel ik! dat doet pijn ; — koude gevoel; ik voel de kachel al,...