Wat is de betekenis van vlezig?

2019
2022-07-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vlezig

vlezig - Bijvoeglijk naamwoord 1. van een persoon: dat hij dik is De vlezige man at veel te veel. 2. van een vrucht: dat er vruchtvlees in zit Woordherkomst afleiding van vlees met het achtervoegsel -ig Synoniemen [1] dik, corpulent, gezet, mollig

Lees verder
2018
2022-07-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vlezig

vlezig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: vle-zig 1. met veel vocht ♢ ik heb heerlijke, vlezige tomaten gekocht 2. waar veel vlees aan zit ♢ in het weiland loopt een vlezige koe Bijvo...

Lees verder
1973
2022-07-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Vlezig

bn. (-er, -st), 1. goed van vlees voorzien: een vlezige koe; goed in het vlees, gevuld, dik, mollig: vlezige handen; 2. met veel vruchtvlees, sappig: vlezige kersen.

Lees verder
1952
2022-07-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vlezig

adj., fleizich, fleskich.

1950
2022-07-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Vlezig

bn. (-er, -st), 1. goed van vlees voorzien: de vlezige delen van het lichaam; een vlezige koe; —dik, mollig : vlezige handen ; 2. met veel vruchtvlees, sappig : vlezige kersen, pruimen.

Lees verder
1937
2022-07-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vlezig

bn. (1 veel vlees op het lijf hebbend; 2 op vlees gelijkende); 1. een vlezige kip; 2. vlezige stengels, een vlezige vrucht.

Lees verder