Synoniemen van vlees

2019-11-22

vlees

Het begrip vlees heeft 31 verschillende betekenissen: 1) het menselijk lichaam; de mens als lichamelijk, zinnelijk wezen 2) God heeft een lichamelijke gedaante aangenomen; God is mens geworden 3) zacht weefsel van ongewervelde dieren dat gegeten wordt als voedsel, bijvoorbeeld van weekdieren, zoals mossels of oesters, of van schaaldieren, zoals krabben of kreeften 4) wat (financiële) reserves hebben 5) paradoxale werkwijze waarbij men aan een producent of belanghebbende vraagt om zijn eigen pro...

2019-11-22

Vlees

Alle vlees is als gras, de mens is vergankelijk. Vlees wordt in bijbelse zin gebruikt voor de mens als wereldlijk, sterfelijk wezen, ook voor het (sterfelijke) menselijk lichaam. Het staat vaak tegenover geest (zie dat artikel). Alle vlees in alle vlees is als gras is dan zoveel als ‘alle mensen, al het volk’: ‘Hoor, iemand zegt: Roep. En de vraag klinkt: Wat zal ik roepen? -- Alle vlees is gras, en al zijn schoonheid als een bloem des velds. Het gras verdort, de bloem valt af, als de adem...

2019-11-22

vlees

Vlees is het spierweefsel van gewervelde dieren bedoeld voor consumptie door de mens. In de brede zin van het woord omvat het alle dierlijke en soms menselijke weefsels, inclusief organen zoals lever of nieren. In de engste zin slaat de term uitsluitend op het spierweefsel van zoogdieren die gekweekt zijn voor consumptie door de mens. Het merendeel van het vlees dat in Nederland en België geconsumeerd wordt is afkomstig van dieren uit de intensieve veehouderij. Eén van de nieuwste ontwikkeling...

2019-11-22

Vlees

1. in de uitdr. dewegvan alle vlees gaan: eufemisme voor ‘sterven’. Ontleend aan de bijbel. Ook in het Engels: the way of allflesh. Syn. de tol der natuur betalen. 2. even naar het - kijken, eufemistische en/of schertsende uitdr. onder mannen voor ‘even urineren’. Syn. de aardappels afgieten; zijn broer een hand geven/om de nek pakken; zijn zwager een hand geven. 3. in - doen, de prostitutie beoefenen. Deze eufemistische uitdr. dateert uit de 18de eeuw. Syn. negotie drijven; vgl. ook in...

2019-11-22

vlees

vlees - Zelfstandignaamwoord 1. (anatomie) spierweefsel van bepaalde organen 2. (voeding) spierweefsel van dieren dat opgegeten kan worden als onderdeel van de voeding vlees - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlezen ♢ Ik vlees 2. gebiedende wijs van vlezen vlees! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlezen ♢...

2019-11-22

vlees

vlees - zelfstandig naamwoord 1. zacht weefsel om de botten van mens of dier ♢ vlees van dieren dient vaak als voedsel 1. goed in het vlees zitten [niet mager zijn] 2. je eigen vlees en bloed [je kinderen] 3. het is vlees noch vis

  • 2019-11-22

    vlees

    In de historische eedformule bij Gods vlees worden God en zijn vlees ‘lichaam’ tot getuigen aangeroepen dat men de waarheid spreekt. Het ijdel gebruik van die eedformule maakt haar tot vloek, die, om anderen niet te kwetsen, verbasterd en dus afgezwakt kon worden. De verminking bygansch vleesch is tot in de 16de eeuw, maar daarna niet meer aangetroffen.