Synoniemen van VLAKTE

2019-08-17

vlakte

vlakte - Zelfstandignaamwoord 1. gebied met weinig of geen hoogteverschillen Bij Denver eindigt de vlakte en begint het Rotsgebergte. vlakte - Werkwoord 1. enkelvoud verleden tijd van vlakken ♢Ik vlakte ♢Jij vlakte ♢Hij, zij, het vlakte Woordherkomst Afgeleid van vlak met het achtervoegsel -te. <...

Lees verder
2019-08-17

Vlakte

Vlakte - de baan, straat, warme buurt, het werkterrein van de prostituée. Een meisje van de vlakte: een hoer. Wij de vrouwen, de vrouwen van de vlakte, de nijvere arbeidstertjes, wij breken hun beerput binnen met onze gebarsten lippen en onze blauwe ogen. - Jeanne Cordelier, De dans ontsprongen (1976) ​

Lees verder
2019-08-17

vlakte

vlakte - zelfstandig naamwoord uitspraak: vlak-te 1. gedeelte van het land, stuk land ♢ we zagen een enorme vlakte voor ons 1. tegen de vlakte gaan [flauwvallen (mensen), afgebroken worden (gebouwen)] 2. hem tegen de vlakte slaan [bewusteloos slaan] Lees verder

2019-08-17

VLAKTE

VLAKTE - v. (-n), uitgestrektheid, plat land, effen grond; effen, gelijke vlakte; uitgestrekte vlakte in Siberië; vallei; (ook) vlakke zijde (van iets); in de vlakte komen, rond voor iets uitkomen; — (diev.) jongens van de vlakte, misdadigers, inbrekers.

2019-08-17

vlakte

buurt, straat, buiten; het werkterrein van misdadigers In 1906 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Boeventaal van Köster Henke, met als betekenissen ‘de straat; buiten’. In 1964 definieerde het Woordenboek der Nederlandsche Taal het als ‘werkterrein van misdadigers en andere onsociale elementen’. Vaste verbindingen waren jongen(s) van de vlakte en niese(s) van de vlakte. Het in dit boek zo vaak aangehaalde zakwoordenboekje van Köster H...

Lees verder
2019-08-17

Vlakte

de straat; buiten. De jongens van de Vlakte. Een jongen of een niese van de Vlakte.

Lees verder