Wat is de betekenis van vlak?

2024-02-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

vlak

(2005) (Amsterdam, gevangenis) de begane grond in de koepelgevangenis. • (Paul Van Hauwermeiren: Bargoens zakwoordenboek. 2011) • (Paul van Hauwermeiren: Bargoens. Vijf eeuwen geheimtaal van randgroepen in de Lage Landen. 2020)

2024-02-27
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

vlak

vlak - Bijvoeglijk naamwoord 1. zonder bergen of dalen Dat was een vlakke weg. vlak - Zelfstandignaamwoord 1. (wiskunde) een verzameling punten die twee dimensies vult Hij kon enkel grote vlakken inkleuren. 2. zonder hoogte- en d...

2024-02-27
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

vlak

vlak - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, zelfstandig naamwoord 1. met een oppervlak zonder bobbels ♢ op een vlak stuk land zetten we de tent op 2. zonder hoogte- en dieptepunten ♢ haar stem klonk wat vlak...

2024-02-27
Bridge Opzoekboek

drs. Toine van Hoof (2017)

vlak

1. Een vlakke hand: hand met een zeer evenwichtige verdeling (bv. een 4-3-3-3). 2. Een vlak spel: spel waarop de resultaten aan de diverse tafels niet veel van elkaar zullen afwijken (bv. doordat een manche eenvoudig bied- en maakbaar is). Zie ook: grillig

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-27
Lexicon voor de kunstvakken

Wouter van Boesschoten, Wieneke van Breukelen, Ton Konings m.m.v Henriette Coppens, Eefje Lonis, Jos van Waterschoot & Simon Wienke (2002)

vlak

Vlak is: 1) zie tweedimensionaal; alles wat plat is; zonder werkelijke hoogte of diepte; 2) een 2-dim meetkundige vorm (1), bijv. driehoek, veelhoek; i.t.t. een vlek vlakdruk druktechniek waarbij het af te drukken beeld (2) in hetzelfde vlak (van de drukvorm) ligt als het gedeelte wat niet wordt afgedrukt; het maakt gebruik van de eigenschap dat wa...

2024-02-27
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

vlak

in de wiskunde: een niet gekromde, oneindig grote oppervlakte. De positie van een vlak in de ruimte wordt door drie punten vastgelegd.

2024-02-27
Watersport A-Z

Kramer en de Bruin (1971)

Vlak

Vlak - de bodem van een schip tussen de kimmen. De naam vlak wordt vooral gebruikt met betrekking tot platbodemvaartuigen. Het kan vanuit de midscheeps naar de kimmen oplopen zodat een vlak in V-vorm ontstaat. De hoek tussen vlak en basislijn noemt men vlaktilling.

2024-02-27
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

vlak

plat effenheid, oppervlak; ondiep; plat, reguit; dig(by); gevlak, klad (ink); vlak by, naby.

2024-02-27
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Vlak

1. s.n., flak (it). 2. adj., flak, igael, sljocht, effen; nietliggen, (op ’e) klink lizze. 3. adv.;bij, na, naast, fuort by, nei, njonken; — tegen iets aan, stomp oan eat; — noord (van de wind), pal noard; — tegen de wind in, each, stôk yn...

2024-02-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Vlak

I. bn. (-ker, -st), 1. effen, plat, zonder verheffingen of diepten : een vlak terrein (ook in de zin van niet begroeid of bebouwd); het vlakke veld, het open veld ; het ligt niet vlak ; iets vlak maken, strijken ; — de vlakke hand, open uitgestrekt; (zegsw.) op de vlakke hand liggen, voor het g...

2024-02-27
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Vlak

gesloten samenstel van al of niet gebogen rechten. Indien elke rechte lijn die twee punten met een vlak gemeen heeft er geheel in valt heet het V. plat.

2024-02-27
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

VLAK

betekent als meetkundige term in het algemeen oppervlak, maar wordt meestal in de meer beperkte betekenis van plat vlak gebezigd en duidt dan een oppervlak aan, dat de eigenschap heeft, dat iedere rechte lijn of straal, die er twee verschillende punten mede gemeen heeft, er geheel in valt. Het wordt in de analytische meetkunde van de ruimte...

2024-02-27
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

vlak

I. v. vlakken (vuile plek, smet): olievlak. II. o. vlakken (1 een effenheid; vlakte; 2 lichaamsgrens): 1. het vlak der baren, de oppervlakte der zee; een hellend vlak, ook fig.; 2. een bovenvlak, ondervlak, zijvlak, gebogen vlak; een viervlak, achtvlak, lichaam met vier enz. vlakken. III. bn.; vlakker, vlakst (effen, glad): een vlak terrein, niet...

2024-02-27
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Vlak

(meetk.). Voor gebogen v., zie → Oppervlak. Een plat v. wordt gekenmerkt door de eigenschap, dat elke rechte lijn, die er twee punten mee gemeen heeft, er geheel in ligt. Door drie punten, die niet op één rechte lijn liggen, gaat één plat vlak.

2024-02-27
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

vlak

I. A. bn. en bw. (-ker, -st) [~ vloer] 1. zonder hoogten of laagten: een terrein. Syn. ➝ effen. 2. niet met bomen of huizen bezet: in het -ke veld. B. bw. 1. juist: in de zon; de wind is noord. 2. onmiddellijk: bij het station. 3. precies: het schot trof hem in het oog. C. o. (-ken; -je) I. Eig. 1. Algm. vlakke, platte effenheid: een horizontaa...

2024-02-27
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Vlak

zn., o. (-ken), effen en open land; vlakte, vlak veld; oppervlak: het vlakvan het water;(meetkunde) tweedimensionale uitgebreidheid: een loodrecht vlak; (fig.) op een hellend vlak raken, van kwaad tot erger vervallen; de zes vlakken van een kubus; gebied: in het culturele, het politieke vlak; scheepsbodem, denning; bn. (-ker, -st), effen, plat, zo...

2024-02-27
Vivat's Geïllustreerde Encyclopedie

J. Kramer (1908)

Vlak

uitgebreidheid, welke alleen lengte en breedte heeft, de grens van een lichaam; past op een vlak in alle richtingen een rechte lijn, dan noemt men het vlak plat. Vlakte: uitgestrektheid vlak land. Vlaktemaat: maat waarin de grootte eener oppervlakte wordt uitgedrukt (vierkante meter, vierkante kilometer enz.).

2024-02-27
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Vlak

Het begrip vlak heeft 3 verschillende betekenissen: 1. vlak - VLAK - bn. (-ker, -st), effen, glad, zonder diepte: de vlakke hand, de platte hand; — het vlakke veld, het open veld; — vlakke daken, platte; — iets vlak maken, effen; — de vlakke zee, kalm, weinig bewogen; — een vlak terrein, niet begroeid of bebouwd;...

2024-02-27
Handwoordenboek van Nederlandsche synoniemen

J.V. Hendriks (1898)

Vlak

zie Effen.

2024-02-27
Winkler Prins

Anthony Winkler Prins (1870)

Vlak

Vlak (Een) is de grens van een ligchaam en heeft alzoo twee afmetingen (lengte en breedte). Men heeft platte en gebogene vlakken, en op deze laatste kan men al of niet regte lijnen trekken. Tot de eersten behooren de cylinder, de kegel en de hyperbolische paraboloïde, en tot de laatsten de bol, de ellipsoïde enz. Ook verdeelt men ze in zoodanige, d...