Vinnig
bn. bw. (-er, -st), 1. bijtend, scherp: vinnige woorden ; een vinnige berisping ; iem. vinnig doorhalen : vinnig antwoorden : — een vinnig ding, scherp in de mond : een vinnige slag, scherp treffend ; 2. (bw.) bijtend, lievig : het is vinnig koud; vinnig kwaad zijn 3. tuk. begerig: vinnig op het spel zijn : 4. behept...