Wat is de betekenis van vijzel?

2022
2023-02-08
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster

vijzel

(18e eeuw) (euf.) vrouwelijk geslachtsdeel. Eigenlijk: komvormig gereedschap. • Oei, oei, dat was me een lekkere stoeipartij! Die was in geen jaar in d’r vijzel gestampt door die vent van haar. (Robert Anker: In de wereld. 2017)

Lees verder
2019
2023-02-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vijzel

vijzel - Zelfstandignaamwoord 1. (m): (scheikunde), (gereedschap) een vat waarin met een stamper stoffen fijngestampt kunnen worden Vijzels worden van hard materiaal zoals messing, porselein of agaat vervaardigd. 2. (f)/(m) (techniek), (bouwkunde) een dommekracht of kr...

Lees verder
2017
2023-02-08
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Vijzel

Een houten of ijzeren spil (as), waaraan een soort kurkentrekker is bevestigd. Diagonaal onder een helling van 22 tot 30 graden geplaatst. Door middel van een vijzel maalt een poldermolen of een tjasker het water omhoog. Een andere naam voor vijzel is "schroef van Archimedes".

2016
2023-02-08
Hoogheemraadschap van Rijnland

Begrippenlijst van Hoogheemraadschap van Rijnland.

Vijzel

Een vijzel is een grote schroef die water omhoog draait. Vijzels worden gebruikt op waterzuiveringen en in gemalen.

1982
2023-02-08
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

VIJZEL

Eén der oudste werktuigen voor het opvoeren van water. Bestaat uit een vaste cilindervormige mantel waarin een stalen as. voorzien van schroefvormige bladen, in beweging wordt gebracht. Door de beweging onder een bepaalde helling te doen plaats hebben, kan het water bijv. over een kade of niet al te hoge dijk enkele meters hoog worden opgevo...

Lees verder
1981
2023-02-08
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

vijzel

een stevig vat (meestal van metaal of van dik porselein) met een halfronde bodem, waarin harde stoffen met een stamper worden stukgewreven of verbrijzeld.

1970
2023-02-08
Antiek encyclopedie

De grote encyclopedie van antiek

Vijzel

een rond vat met uitstaande wand. gebruikt voor het vermorzelen en fijnstampen van kruiden, chemische produkten, suikerbroden e.d., in apotheek, schildersatelier en keuken. Meestal van marmer, brons of koper.

1954
2023-02-08
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Vijzel

Wateropvoerwerktuig bestaande uit een as, waarop 2 of 3 schroefgangen zijn aangebracht. De v. draait passend in een hellende goot, de opleider of vijzelkom, waarbij het water (gedragen door schroefgangen en opleider) opgevoerd wordt. Het ondereinde van de v. moet om een goed nuttig effect te verkrijgen tot de as in het binnenwater steken. Het boven...

Lees verder
1952
2023-02-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vijzel

s., fizel; (van watermolen), skroef.

1950
2023-02-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Vijzel

m. (-s), koperen of ijzeren, thans veelal stenen, zich naar boven verwijdend vat om er met een stamper iets in fijn te stampen, mortier ; — (spr.) de vijzel riekt altijd naar het look, afkomst laat zich niet verloochenen. VIJZELTJE, o. (-s).

1949
2023-02-08
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Vijzel

vat met doorgediepte bodem, vervaardigd uit niet roestend materiaal (bijv. messing of hout), waarin men door middel van een knotsvormige stamper vaste stoffen tot poeder fijn stampt of wrijft. Porseleinen V. (meestal half bolvormige bak), wordt mortier genoemd.

1937
2023-02-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vijzel

1. m. vijzels (stampvat); z. mortier. 2. v. vijzels (schroef; werktuig tot het opvoeren van water, ook, vijzelmolen; werktuig tot het opwinden van lasten).

Lees verder
1933
2023-02-08
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Vijzel

1) metalen (meest koperen) of steenen vat, waarin met behulp v/e stamper harde bestanddeclen tot poeder worden verbrijzeld; 2) hefwerktuig v. zware lasten (soort v. → dommekracht).

Lees verder
1933
2023-02-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Vijzel

Bekervormig stampvat. Oudtijds in huishouden en bij de bereiding van poederachtige stoffen veel gebruikt. Thans nog in de pharmacie en chemie. Vgl. → Mortier. Kunsthistorisch. Tot in de 18e eeuw vormde de v. een onontbeerlijk deel van het huisraad. De Gotische v. vertoonen profileeringen, loof- en maaswerk en randschriften met godsdienstige sp...

Lees verder
1930
2023-02-08
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

vijzel

('vijzəl) I. m. (-s; -tje) [~ Lat. pinsere, vermorzelen] metalen vat om er iets in fijn te stampen : de van de apoteker. Syn. mortier. II. v. (-s) [< vijs, schroef] van een schroef voorzien instrument nl. 1. Archimedesschroef, vijzelmolen. 2. windas, dommekracht.

Lees verder
1921
2023-02-08
Levende taal

T. Pluim - 1921

Vijzel

(schroef), werktuig op el, afgel. van vijzen — schroeven, van ’t Middelned. vize, en dit van ’t Fransche vis = schroef. Opvijzen is dus opschroeven; overdrachtelijk: overdreven verheffen: „om ons Duitsch ten toppunt op te vijzen.” Thans als frequ. opvijzelen: iemands deugden opvijzelen. Vroeger ook letterlijk: „H...

Lees verder
1919
2023-02-08
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Vijzel

zie bij Opvijzelen.

1908
2023-02-08
Vivat

Schrijver op Ensie

Vijzel

een werktuig om door middel van een schroef een last te doen rijzen of zakken, voor kleine afstanden. Een tonmolen, voor opvoer van water, welke van binnen een groote houten schroef heeft, wordt ook wel vijzel genoemd.

1898
2023-02-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Vijzel

Het begrip vijzel heeft 2 verschillende betekenissen: 1. vijzel - VIJZEL - m. (-s), diep koperen of ijzeren werktuig om er met een stamper iets in fijn te stampen. VIJZELTJE, o. (-s). 2. vijzel - VIJZEL - v. (-s), eene soort van windas, dommekracht, kelderwinde; — schroef aan het drijl- en spoelwiel bij de zeildoekreederij om het touw van h...

Lees verder
1864
2023-02-08
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Vijzel

Vijzel, m. (-s), koperen of ijzeren werktuig (om er iets in fijn te stampen); (soort) windas. *-EN, bw. gel. (ik vijzelde, heb gevijzeld), met eenen vijzel opwinden. *-HOOFD, o. (-en), schroef van den vijzel. *-STAMPER, m. (-s).

Lees verder