Wat is de betekenis van VIERHOEK?

2019
2023-02-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vierhoek

vierhoek - Zelfstandignaamwoord 1. (wiskunde) een geometrische tweedimensionale vorm, bestaande uit vier hoeken en derhalve ook vier zijden Woordherkomst samenstelling van vier en hoek Verwante begrippen punt, lijn, driehoek, vierkant, vijfhoek, zeshoek, geometrie, meetkunde, polygoon

Lees verder
2018
2023-02-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vierhoek

vierhoek - zelfstandig naamwoord uitspraak: vier-hoek 1. vorm met vier hoeken van 90 graden en zijden die wel of niet even lang zijn ♢ iedere vierkant is een vierhoek, maar niet iedere vierhoek is een vierkant Zelfstandig naamwoord: vier-h...

Lees verder
1990
2023-02-06
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

vierhoek

vierhoek - Vlakke figuren met vier hoeken en zijden.

1981
2023-02-06
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

vierhoek

figuur met vier zijden en vier hoeken. De som der hoeken is 360°. Als deze hoeken gelijk zijn, spreekt men van een rechthoek; zijn bovendien de zijden gelijk, dan is het een vierkant.

Lees verder
1973
2023-02-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Vierhoek

m. (-en), (meetkunde) 1. figuur, ingesloten door vier rechte lijnen; 2. ruimte van de genoemde figuur. Een vierhoek heeft vier zijden, vier hoekpunten, vier hoeken en twee diagonalen. De som van de hoeken van een vierhoek is 360°. Een vierhoek is bepaald door vijf gegevens, b.v. de vier zijden en één diagonaal. Bijzondere vierho...

Lees verder
1950
2023-02-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Vierhoek

m. (-en), (meetk.) 1. vlakke figuur, door vier rechte lijnen ingesloten, waarvan de verlengden buiten het begrensde deel vallen en waarbij maar vier snijpunten gevormd worden; men onderscheidt: regelmatige, onregelmatige vierhoek ; rechthoekige vierhoek, met vier rechte hoeken ; scheefhoekige vierhoek ; gelijkzijdige vierhoek ; ongelijkzi...

Lees verder
1949
2023-02-06
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Vierhoek

figuur bestaande uit vier punten, de hoekpunten, en de lijnstukken die deze punten verbinden, de zijden.

1937
2023-02-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vierhoek

m. vierhoeken (figuur, besloten binnen vier lijnen).

1933
2023-02-06
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Vierhoek

i/d meetk.: elk plat vlak ingesloten door vier rechte lijnen.

1933
2023-02-06
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Vierhoek

(meetk.). Zie ➝ Veelhoek. Een volledige v. wordt gevormd door vier punten (hoekpunten) en hun zes verbindingslijnen (zijden). De diagonaalpunten zijn de hoekpunten van den zoogenaamde diagonaaldriehoek. Bijzondere v. zijn ➝ parallelogram, ➝ trapezium, vierkant e.a. Een rationale v. is een v., waarvan de zijden, de diagonalen en de oppervlakte door...

Lees verder
1930
2023-02-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

vierhoek

('vi:r) m. (-en) vlakke figuur ingesloten door vier rechte lijnen die vier hoeken vormen : (onregelmatige -; rechthoekige, scheefhoekige -; (on)gelijkzijdige -.

1916
2023-02-06
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Vierhoek

Vierhoek - figuur bestaande uit vier aaneensluitende rechte lijnen. In het platte vlak sluit een v. een deel van het vlak in. In de ruimte behoeven de vier zijden niet in één vlak te liggen ; men spreekt dan van een scheeven of scheelen v. Een vlakke v. is bepaald door vijf gegevens. Tot de v. behooren het parallelogram en het trapezium. Onder een...

Lees verder
1908
2023-02-06
Vivat

Schrijver op Ensie

Vierhoek

een door vier rechte lijnen ingesloten figuur.

1898
2023-02-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VIERHOEK

VIERHOEK - m. (-en), (meetk.) eene vlakke figuur door vier rechte lijnen ingesloten, waarvan de verlengden buiten het begrensde deel vallen en waarbij maar vier snijpunten gevormd worden; men onderscheidt; regelmatige, onregelmatige vierhoek; rechthoekige vierhoek, met vier rechte hoeken; scheefhoekige vierhoek; gelijkzijdige vierhoeken; ongelijkzi...

Lees verder
1870
2023-02-06
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Vierhoek

Vierhoek (Een) noemt men in de meetkunde elke figuur, door 4 regte lijnen ingesloten. De vier zijden kunnen al of niet in hetzelfde vlak gelegen zijn. In het eerste geval is de som der 4 hoeken gelijk aan 360°. Zijn de zijden van zulk een vierhoek twee aan twee evenwijdig, dan heeft men een parallelogram. Heeft dit vier regte hoeken , zoo noemt men...

Lees verder
1844
2023-02-06
vrijmetselaren

Woordenboek voor vrijmetselaren, 1844

Vierhoek

VIERHOEK, (De) of het kwadraat, werd door de Pythagoreeërs gehouden voor een geschikt zinnebeeld der Godheid, of van het Goddelijk Wezen; want zegt PROKLUS, in Euclydem, Lib. II, def 2 en 34 de goden, die alle dingen in wijsheid, kracht en schoonheid hebben gegrondvest, worden gevoegelijk door de figuur van een vierhoek voorgesteld. De langwer...

Lees verder