Wat is de betekenis van vest?

2020
2022-08-18
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

vest

Het begrip vest heeft 7 verschillende betekenissen: 1) bovenkledingstuk met een voorsluiting. bovenkledingstuk, meestal met lange mouwen, dat het bovenlichaam bedekt en een gesloten achterpand heeft en een voorpand dat in het midden in de lengte in tweeën wordt gedeeld door een sluiting, meestal van een aantal knopen of een ritssluiting...

Lees verder
2019
2022-08-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vest

vest - Zelfstandignaamwoord 1. (kleding) een mouwloos jasje, te dragen onder de jas van het kostuum 2. (kleding) kort (gebreid) jasje met mouwen vest - Zelfstandignaamwoord 1. stadsgracht 2. vestingmuur, stadswal vest - Werkwoord 1. enkelvoud tegenwoordige tijd van vesten 2. gebiedenwijs van vesten Ve...

Lees verder
2019
2022-08-18
NIFV

Nederlands Instituut Fysiek Veiligheid

VEST

VeiligheidsEisen voor SpoorTunnels. Europese TSI, vertaald voor de Nederlandse implementatie.

2018
2022-08-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vest

vest - zelfstandig naamwoord 1. trui waarbij voorkant open kan ♢ doe je vest aan, het is koud buiten 2. jasje zonder mouwen ♢ hij droeg een vest onder zijn pak Zelfstandig naamwoord: vest ...

Lees verder
2015
2022-08-18
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

vest

jasje, colbert Geen afgeborstelde types voor jou! Nee, jij valt op deze muzikale alternatieveling. Lang haar en een leren vest doen jou smelten. (Joepie) Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaarheid: 7 Vlaamsheid: 1

Lees verder
1998
2022-08-18
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Vest

een - aan hebben, soldatenslang voor ‘dronken zijn’. Sinds ca. 1833. Syn. in de olie.

1973
2022-08-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Vest

o. (-en), bovenkledingstuk voor mannen, zonder mouwen al of niet onder een colbertjasje gedragen: op zijn vestje geven, pak slaag of een uitbrander geven; op zijn vestje spuwen, harde waarheden toevoegen; heel wat onder zijn vestje hebben, nogal gezet zijn; een gebreid kort damesjasje; uitneembaar frontje onder of in de japonopening; veste. Het...

Lees verder
1952
2022-08-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vest

s.n., fest (it), festje (it).

1951
2022-08-18
Engels

Woordenboek Engels (1951)

vest

I. 1. borstrok; 2. vest, vestje [damesjapon]; 3. kleed; dracht; II. 1. bekleden (met with); begiftigen; 2. kleden; be vested in, bekleed worden door [v. ambt], berusten bij [macht]; belegd zijn in [geld]; vested interests, bestaande belangen; vested rights, verkregen of oudere rechten; III. zich kleden; vest in, berusten bij [macht].

Lees verder
1950
2022-08-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Vest

v., verkorting van vestingartillerie; ook vestjes.

1937
2022-08-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vest

I. v. vesten (schans, wed, gracht): velen vonden hun dood in de vest, stadsgracht. II. o. vesten (Fr. veste. Lat. vestis = kleed: manskledingstuk, zonder mouwen onder de jas gedragen; Z.-N. ook jas): zegsw. iem. op zijn vestje spuwen, a) grof beledigen, b) iem. zijn verkeerdheden op ruwe wijze onder het oog brengen; gmz. of plat.

Lees verder
1898
2022-08-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Vest

Het begrip vest heeft 2 verschillende betekenissen: 1. vest - VEST - v. (-en), VESTE, v. (-n), sterke muur eener vesting: de gildebroeders stonden op de veste; — vesting, versterkte plaats; — (ook) stadsgracht: het kind viel in de vest. 2. vest - VEST - o. (-en), VESTJE, o. (-s), zeker (mans) kleedingstuk, zonder mouwen onder de jas...

Lees verder
1573
2022-08-18
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Vest

ger. sax . j. vast. Firmus.

Lees verder