Wat is de betekenis van Vesper?

2019
2021-08-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vesper

vesper - Zelfstandignaamwoord 1. zevende en voorlaatste getijde van de dag tussen none en completen 2. (religie) avonddienst 3. Avondster Verwante begrippen [1] metten, lauden, priem, terts, sext, none, completen

Lees verder
1993
2021-08-02
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Vesper

avondster; namiddaggodsdienstoefening

1973
2021-08-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

vesper

[Lat., avond], v./m. (-s), het voorlaatste van de daggetijden van het brevier, m.n. wanneer dit in het openbaar in de kerk gezongen wordt: eerste —, op de vooravond van een feest; tweede —, op de feestdag zelf.

1955
2021-08-02
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Vesper

avond; avonddienst in de R.K. Kerk.

1950
2021-08-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Vesper

(<Lat.), v. (-s), 1. (R.-K.), een der daggetijden van het brevier, inz. wanneer dit in het openbaar in de kerk gezongen wordt: de vesper is veelal om drie uur ; de vesper is op vele plaatsen vervangen door het lof; eerste vesper, op de vooravond van een feest; tweede vesper, op de feestdag zelf; — (Zuidn.) zi...

Lees verder
1948
2021-08-02
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

vesper

v. R K. namiddag-godsdlenst. avondoffer ter verheerlijking bestaande u. e. deel v. h. b r e v i e r-gebe.d.

1937
2021-08-02
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Vesper

Een der daggetijden van het brevier (zie getijdenboek). Ook de godsdienstoefening in de R.K. kerk; van 3—4 uur des middags.

1933
2021-08-02
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Vesper

namiddaggodsdienstoefening i/d R.K. Kerk.

1933
2021-08-02
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Vesper

→Vespers.

1922
2021-08-02
Wetenswaardig Allerlei

Wetenswaardig Allerlei door T. Pluim, uitgave 1922

Vesper

Vesper (Lat. vespers. = avonduren) heet in de R.-Kath. kerk dat gedeelte der gebeden, hetwelk de priesters moeten bidden bij het begin van iedere dag, hierbij in aanmerking nemende, dat de kerkelijke dag begint, evenals bij de Joden, met zonsondergang. Vandaar dat de Vespers in de R.-K. kerken op Zondagen 's avonds gezongen worden. Historisch is ge...

Lees verder
1898
2021-08-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VESPER

VESPER - v. (-s), vroeg-avond; (R.-K.) een der daggetijden van het Brevier, inz. wanneer dit in het openbaar in de kerk gezongen wordt: de vesper is veelal te 3 uren; de vesper is op vele plaatsen vervangen door het lof; — vesperklok: de vesper luiden; — Siciliaansche vesper, benaming, gegeven aan den moord, die ten gevolge van de wree...

Lees verder
1870
2021-08-02
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Vesper

Vesper, een Latijnsch woord, hetwelk avond beteekent, wordt in de R. Katholieke kerk gebezigd ter aanduiding van de namiddag- en avondgodsdienstoefeningen. In kloosters geeft men dien naam ook aan kerkplegtigheden, welke ter inleiding van een Kerkelijk feest op den namiddag van den daaraan voorafgaanden dag plaats hebben. Het gewone vesper heet bij...

Lees verder
1864
2021-08-02
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

vesper

vesper - v. gmv. vroegavond; (r.k.) namiddagdienst, -gebed