Verzwijgen
(verzweeg, heeft verzwegen), verhelen, niet zeggen, geheimhouden : men verzwijgt mij alles; een geheim verzwijgen; het huis heeft een gebrek dat ik u niet verzwijgen mag ; — geen melding maken van : ik zal zijne leden niet verzwijgen, noch het verhaal zijner sterkte, noch de bevalligheid zijner gestaltenis (Job 41: 3).