Verwoesten
(verwoestte, heeft verwoest), woest maken, vernielen : Ik zal uwe steden een woestijn maken en uwe heiligdommen verwoesten (Levit. 26:31); huizen, de oogst verwoesten ; die kwa jongens verwoesten alles ; — passief, veelal niet als persoonlijke werking gedacht: de kathedraal werd bij het bombardement verwoest, ging...