Wat is de betekenis van verwanten?

2020
2022-01-20
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

verwanten

(1937) (Barg.) luizen; ongedierte. • (E.G. van Bolhuis: De Gabbertaal. 1937) • Ga maar mee. 't Is in Het Vliegende Paard, vlak bij de Beestenmarkt, 't Is er tenminste zuiver en dat is een groot voordeel, want dat zijn al die slaapsteeën niet. En verwanten, daar ben ik bang voor. (J.A. Visscher: Schooier waar ga jij naar toe? 1939)...

Lees verder
2019
2022-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

verwanten

verwanten - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verwant Woordherkomst afgeleid van want (stam van het werkwoord wanten) met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Lees verder