Vervliegen
(vervloog, is vervlogen), 1. voort-, wegsnellen, snel verdwijnen: de dagen vervliegen; — fig.: mijn hoop is vervlogen, verdwenen ; ik reik, van zoeten waan bedrogen, mijne armen naar uw beeldtnis uit; zij deinst terug, zij is vervlogen, en laat me alleen, der smart ten buit (Staring); — (bijent.) het vliegen van bij...