Wat is de betekenis van vertrek?

2020
2021-12-05
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

vertrek

(18e eeuw) (Vlaanderen, euf.) toilet, w.c. In West-Vlaanderen ook gebruikt voor nachtstoel, kamerpo. Eigenlijk: kamer waarin we ons kunnen terugtrekken. 'De ruiten uit 't vertrek slaan' was een Gentse uitdrukking voor: onzedige praat vertellen. • (Lodewijk Willem Schuermans: Algemeen Vlaamsch Idioticon. 1865) • (Leonard Lodewijk de Bo: W...

Lees verder
2019
2021-12-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vertrek

vertrek - Zelfstandignaamwoord 1. een afgesloten deel van een woning Hij verliet het vertrek en begaf zich naar het balkon. 2. de actie van het vertrekken of weggaan Zijn vertrek kwam nogal onaangekondigd. vertrek - Werkwoord 1....

Lees verder
2018
2021-12-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vertrek

vertrek - zelfstandig naamwoord uitspraak: ver-trek 1. ruimte in gebouw, met vier muren, vloer en plafond ♢ in dit vertrek kunt u even wachten 2. het weggaan ♢ het vertrek van de club is uitgest...

Lees verder
2017
2021-12-05
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Vertrek

Vertrek - Vlaams voor de start van de wedstrijd. Fr. le départ; Eng. start.

2010
2021-12-05
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

vertrek

vertrek: start van de wedstrijd

2009
2021-12-05
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

vertrek

In Vlaanderen gebruikt voor: de start van de wedstrijd. Frans: départ. Engels: start. ‘Vanuit het vertrek demarreren’: al vanaf de start er vandoor gaan.

2009
2021-12-05
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

vertrek

→ start

2004
2021-12-05
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

vertrek

Eigenlijk: een afgescheiden ruimte in een gebouw; een kamer waarin we ons kunnen terugtrekken. In Vlaanderen gedurende lange tijd de gebruikelijke benaming voor het toilet, althans in bepaalde gewesten; hetgeen men in Noord-Nederland vroeger de bestekamer* noemde. In de negentiende eeuw zorgde het betekenisverschil voor menig misverstand. Nederland...

Lees verder
1973
2021-12-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

vertrek

o., 1. het vertrekken, afreis: plaats van —; 2.verhuizing: bij uit de gemeente; 3. (-ken), ruimte in een voor bewoning bestemd gebouw, kamer.

Lees verder
1952
2021-12-05
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vertrek

s.n.; (afreis), fortrek (it), fortsjen (it), ôfreis; (kamer), fortrek (it) keamer; klein —, harntsje (it), herntsje (it).

1950
2021-12-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Vertrek

o., 1. het vertrekken, afreis : na, voor uw vertrek ; hij staat op (zijn) vertrek, zal zo dadelijk vertrekken ; overhaast, onverwacht vertrek ; 2. verhuizing : bij vertrek uit de gemeente ; 3.(-ken), elk der ruimten in een voor bewoning bestemd gebouw (het begrip is ruimer dan—, maar wordt in schrijfstijl vaak gebruikt voor kamer): ...

Lees verder
1937
2021-12-05
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vertrek

o., in bet. 1 vertrekken (1 ruimte, waarin men zich terugtrekt, lokaal, zaal, kamer; 2 afreis): 1. een ruim vertrek, een somber vertrek; Z.-N. naar het vertrek gaan, secreet; 2. de trein staat op vertrek; na of bij uw vertrek, heengaan.

Lees verder
1898
2021-12-05
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Vertrek

zie Kamer, zie Aftocht.

1898
2021-12-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Vertrek

Het begrip vertrek heeft 2 verschillende betekenissen: 1. vertrek - VERTREK - o. (-ken), kamer : een ruim, eenvoudig vertrek. VERTREKJE, o. (-s). 2. vertrek - VERTREK - o. afreis ; hij staat op zijn vertrek, zijn vertrek is nabij ; overhaast, onverwacht vertrek.

Lees verder