Wat is de betekenis van VERTOEVEN?

2025-12-09
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Vertoeven

(vertoefde, heeft vertoefd), 1. rust houden ; — (minder eig.) zich (voor enige tijd) ophouden, verblijven : mijn broeder vertoeft te Parijs ; 2. blijven : vertoef nog wat; 3. (vero., hog. st.) wachten: gij moet ; geen ogenblik vertoeven ; — uitblijven : Gij zijt mijn hulp en mijn bevrijder; o mijn God! v...

2025-12-09
AI woordenboek

ChatGPT (2023)

vertoeven

Vertoeven betekent ergens verblijven of er enige tijd doorbrengen. Het wordt vaak gebruikt in de context van ontspannen en aangenaam verblijven op een bepaalde plek.

2025-12-09
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

vertoeven

vertoeven - Werkwoord 1. (inerg) zich ophouden, ergens verblijven Hij vertoefde bij zijn familie. - Als er al een arendsnest bestaat dat zo verlaten is, een eiland zo afgelegen dat men daar kan vertoeven zonder door een Engelsman te worden aangesproken,...

2025-12-09
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

vertoeven

vertoeven - regelmatig werkwoord uitspraak: ver-toe-ven 1. je er bevinden ♢ hij vertoeft in een hotel op de Veluwe Regelmatig werkwoord: ver-toe-ven ik vertoef jij/u vertoeft ...

2025-12-09
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Vertoeven

v., fortoevje.

2025-12-09
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

vertoeven

vertoefde, h. vertoefd (1 zich ophouden; 2 wachten): 1. waar heb jij vertoefd? vader vertoefde te Amsterdam; 2. vertoef nog wat, blijf nog wat.

2025-12-09
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

vertoeven

(vər’toevən) (vertoefde, heeft vertoefd) 1. zich ophouden : mijn broeder vertoeft te Antwerpen. 2. blijven : vertoef nog wat. 3. wachten.

2025-12-09
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Vertoeven

(vertoefde, heeft vertoefd), zich (voor enige tijd) ophouden.

2025-12-09
Middelnederlandsch handwoordenboek

J. Verdam (1911)

Vertoeven

-toven, -tueven, zw. ww. — I. Trans. 1) Uitstellen, verschuiven. 2) ergens op wachten, b.v. op eene rente. 3) afwachten, een vijand. 4) verhinderen; ophouden, belemmeren, iemands tijd rooven. — II. Intr. 1) Vertoeven. 2) talmen, dralen. 3) even ophouden, pauseeren. (— Vertoevinge).

2025-12-09
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

VERTOEVEN

VERTOEVEN - (vertoefde, heeft vertoefd), zich ophouden : mijn broeder vertoeft te Parijs ; blijven : vertoef nog wat; — wachten : gij moet geen oogenblik vertoeven. ‘

Wil je toegang tot alle 15 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-09
Prisma NL Sranantongo

Unieboek | Het Spectrum (2025)