Wat is de betekenis van verspreiden?

2019
2022-09-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

verspreiden

verspreiden - Werkwoord 1. (ov) in omloop brengen, over een groter oppervlak uitbreiden Deze ziekte wordt door ratten en hun vlooien verspreid. 2. (refl) zich ~: een proces van uitbreiding ondergaan De ziekte verspreidde zich. Woordh...

Lees verder
2018
2022-09-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

verspreiden

verspreiden - regelmatig werkwoord uitspraak: ver-sprei-den 1. ervoor zorgen dat het overal gebracht wordt ♢ hij verspreidde alle folders in het dorp 2. zich over een groter aantal of grotere oppervlakte uitstrekken ...

Lees verder
2017
2022-09-28
Bodemrichtlijn

Richtlijn herstel en beheer (water)bodemkwaliteit

Verspreiden

Verspreiden is over een groter oppervlak of volume uiteengaan.

1973
2022-09-28
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Verspreiden

(verspreidde, heeft verspreid), in allerlei richtingen, over een oppervlakte of door een ruimte, plaatsen, uitzenden, strooien: de zon verspreidt licht en warmte; geruchten verspreiden, alom bekend maken; zich verspreiden, uiteengaan; zich over, in alle richtingen gaan bedekken.

1952
2022-09-28
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Verspreiden

v., forspriede; zich —, (van: onkruid), groedzje, (oer)wreidzje; (van nieuws of geruchten), oer de streek wrâld gean; het verspreidt zich (van vlekken, van nieuws en geruchten), it rint fierder; wie zou dat gerucht hebben verspreid?, hwa soe dat op 'en baen, op ’e lappen brocht hawwe?...

Lees verder
1950
2022-09-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Verspreiden

(verspreidde, heeft verspreid), in allerlei richtingen, over een oppervlakte of door een ruimte,, plaatsen, uitzenden, strooien : een liefelijke geur verspreiden; de zon verspreidt licht en warmte ; de posten zijn over het hele gebied verspreid; — een volksmenigte verspreiden, doen uiteengaan ; — een tijding, geruch...

Lees verder
1937
2022-09-28
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

verspreiden

verspreidde, h. verspreid (over een grote vlakte uitstrooien of uitspreiden): allerlei valse geruchten verspreiden, rondstrooien; de vijanden werden verspreid, verstrooid; een verspreide bevolking, niet aaneengesloten; enkele verspreide hutten, alleenstaande; refl. langzaam verspreidde zich de menigte, ging uiteen.

1930
2022-09-28
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

verspreiden

(vər'spreidən) (verspreidde, heeft verspreid) 1. over een grote ruimte uitstrooien : mest. zaad -. Syn. uitbreiden. 2. ruchtbaar maken : een bericht -. Syn. → verbreiden. 3. doen uitééngaan : een menigte -. 4. verstrooien : de vijanden 5. z i c h -, uitééngaan : allengs verweidde zich de menigte.

Lees verder
1898
2022-09-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VERSPREIDEN

VERSPREIDEN - (verspreidde, heeft verspreid), uitstrooien, uitspreiden : het zaad, den mest over den akker verspreiden ; vele planten verspreiden haar zaad ; de zon verspreidt licht en warmte; — eene volksmenigte verspreiden, doen uiteengaan ; — (fig.) alom bekendmaken, worden: eene tijding, een gerucht werd verspreid, verspreidde zich...

Lees verder
1898
2022-09-28
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Verspreiden

zie Uitbreiden, zie Verbreiden.