Wat is de betekenis van verschrikkelijk?

2024-02-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

verschrikkelijk

verschrikkelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. zo erg dat men er van schrikt Er klonk een verschrikkelijke klap toen de bliksem vlakbij insloeg. Woordherkomst Naamwoord van handeling van verschrikken met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-

2024-02-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

verschrikkelijk

verschrikkelijk - bijwoord, bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ver-schrik-ke-lijk 1. heel erg of heel veel ♢ we hebben verschrikkelijk gelachen 2. heel erg akelig, vies of lelijk ♢ het was verschr...

2024-02-25
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Verschrikkelijk

adj. & adv., skriklik, yslik, ysbaerlik, misbaerlik, aeklik; meer dan —, troch alles hinne.

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Verschrikkelijk

bn. bw. (-er, -st), 1. schrik inboezemende : de Here is met mij als een verschrikkelijke held (Jer. 20:11); — waarvoor men schrikt, vreselijk, ontstellend: een verschrikkelijke moord; wie goed leeft, vindt het sterven niet verschrikkelijk; — er verschrikkelijk uitzien, om van te schrikken ; — ook als tw.: ver schrikken jkf...

Wil je toegang tot alle 9 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

verschrikkelijk

bn., bw. (schrikbarend): de Fransen hadden verschrikkelijke verliezen; een verschrikkelijke moord, ontzettend; een verschrikkelijke bedreiging, afgrijselijk; het is verschrikkelijk koud, erg.

2024-02-25
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

verschrikkelijk

bn. en bw. (-er, -st) 1. schrik, afschuw inboezemend: een monster; een -e bedreiging. Syn. ➝ afgrijselijk. 2. ontzettend: een -e moord. 3. erg: warm.

2024-02-25
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Verschrikkelijk

bn. en bw. (-er, -st), 1. onstellend: een verschrikkelijke moord; 2. in hoge mate: het is verschrikkelijk warm.

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

VERSCHRIKKELIJK

VERSCHRIKKELIJK - bn. bw. (-er, -st), schrik, afschuw inboezemende : een verschrikkelijke moord ; er verschrikkelijk uitzien; wie goed leeft, vindt het sterven niet verschrikkelijk; — buitengemeen, in hooge mate : het is verschrikkelijk warm; een verschrikkelijk leven maken ; dat meisje is verschrikkelijk leelijk. VERSCHRIKKELIJKHEID, v. (......

2024-02-25
Handwoordenboek van Nederlandsche synoniemen

J.V. Hendriks (1898)

Verschrikkelijk

zie Afgrijselijk.