Verscheuren
(verscheurde, heeft verscheurd), 1. vaneenrijten, in of aan stukken scheuren: papier, linnengoed verscheuren ; — (oneig.) vernietigen : een verbond, een verdrag verscheuren ; 2. met de tanden vaneenrijten, verslinden: de wolf verscheurde een schaap ; 3. pijnlijk aandoen : die slechte muziek verscheurt mijn oren ;...