2019-11-16

verrichten

verrichten - Werkwoord 1. (ov) een prestatie leveren Zij keerden na werk in het buurland verricht te hebben naar hun woonplaats terug. Woordherkomst afgeleid van richten met het voorvoegsel ver-

2019-11-16

verrichten

verrichten - regelmatig werkwoord uitspraak: ver-rich-ten 1. het (volgens plan) maken of doen ♢ jullie hebben prachtig werk verricht Regelmatig werkwoord: ver-rich-ten ik verricht jij/u verricht hij/zij verricht wij/zij/jullie verrichten ik/jij...

2019-11-16

VERRICHTEN

VERRICHTEN - (verrichtte, heeft verricht), doen, uitvoeren : eene boodschap verrichten; wat verricht hij daar ? VERRICHTING, v. (-en), uitvoering, volvoering, daad.

2019-11-16

Verrichten

zie Bedrijven.