2019-10-22

verricht

verricht - Werkwoord 1. enkelvoud tegenwoordige tijd van verrichten 2. gebiedenwijs van verrichten 3. voltooid deelwoord van verrichten verricht - Bijvoeglijk naamwoord 1. gedaan, klaar uitgevoerd Na verrichte arbeid ging hij weer terug naar huis. Woordherkomst stam van verrichten [1, 2] voltooid deelwoord van verrichten [3] Antoniemen onverricht