2019-12-13

veroorloven

veroorloven - Werkwoord 1. (refl) zich ~ zichzelf iets toestaan, gewoonlijk een financiële uitgave Hij kon zich niet meer veroorloven op vakantie te gaan. 2. (refl) zich ~ niet schromen een bepaald gedrag te vertonen De vrijpostigheden die hij zich veroorloofde vielen niet bepaald in goede aarde. Woordherkomst Afgeleid van het verouderde werkwoord oorloven met het...

2019-12-13

veroorloven

veroorloven - regelmatig werkwoord uitspraak: ver-oor-lo-ven 1. ermee instemmen, zeggen dat het mag ♢ hij veroorloofde zijn kinderen regelmatig een uitstapje Regelmatig werkwoord: ver-oor-lo-ven ik veroorloof jij/u veroorlooft hij/zij veroorlooft wij/zij/jullie veroorloven<...

2019-12-13

VEROORLOVEN

VEROORLOVEN - (veroorloofde, heeft veroorloofd), toelaten, vergunnen ; zich veel veroorloven, groote vrijheid nemen. VEROORLOVING, v. het veroorloven, verlof, vergunning.

2019-12-13

Veroorloven

zie Bewilligen, zie Gedoogen.