Wat is de betekenis van VERLEENEN?

1898
2022-08-10
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VERLEENEN

VERLEENEN - (verleende, heeft verleend), toegeven, schenken, toestaan: gunsten, de vrijheid, gratie verleenen; onderstand, hulp verleenen; verlof verleenen; — zich toegang verleenen door het raam, door een raam inklimmen. VERLEENING, v. het verleenen.

Lees verder
1898
2022-08-10
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Verleenen

zie Geven.