Wat is de betekenis van verkorting?

2019
2023-02-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

verkorting

verkorting - Zelfstandignaamwoord 1. (taalkunde) een afkorting van een woord of woordgroep die ontstaat door weglating van een of meer (delen van) lettergrepen en die als verkorting wordt uitgesproken Het woord "prof." is een verkorting van het volledige woord "professor". 2. het verkorten...

Lees verder
2018
2023-02-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

verkorting

verkorting - zelfstandig naamwoord uitspraak: ver-kor-ting 1. het korter maken of worden ♢ na de verkorting stond de jurk prachtig 2. dat waarmee iets verkort is of wordt ♢ roken betekent een ve...

Lees verder
2017
2023-02-06
Taaladvies

Alles over taal

Verkorting

Een verkorting is de verkorte vorm van een woord of woordgroep die ontstaat door weglating van een of meer lettergrepen. Voorbeeld: prof (professor/professioneel), horeca (hotel, restaurant, café).

2017
2023-02-06
ZienderOgenKunst

Begrippenlijst uit ZienderOgenKunst

Verkorting

Het kleiner (=korter) zien of tekenen van de werkelijke lengte. Bijvoorbeeld een arm die de beschouwer recht aanwijst. Verkorting vergroot de ruimtesuggestie.

2002
2023-02-06
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

verkorting

Verkorting is het kleiner (= korter) zien of tekenen van de werkelijke lengte, bijv. een arm die de beschouwer recht aanwijst; verkorting vergroot de ruimtesuggestie.

2000
2023-02-06
taaluniversum

Taalunieversum 'taaladvies' termenlijst

Verkorting

Een verkorting is de verkorte vorm van een woord of woordgroep die ontstaat door weglating van een of meer lettergrepen. Voorbeeld: prof (professor-professioneel), horeca (hotel, restaurant, café).

1973
2023-02-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Verkorting

v. (-en), 1. het verkorten; 2. inkorting; 3.het ingekorte.

Lees verder
1952
2023-02-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Verkorting

s., forkoarting.

1950
2023-02-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Verkorting

v. (-en), 1. het verkorten ; 2. dat waarmee iets verkort wordt; 3. kort begrip, overzicht; 4. (taalk.) verkort woord ; 5. dwarskade tussen verskade en dijk.

Lees verder
1937
2023-02-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

verkorting

v. verkortingen (inkorting): bij verkorting.

1930
2023-02-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

verkorting

v. (-en) 1. Eig. het verkorten. 2. Metn. verkort iets: „auto” is een van automobiel.

Lees verder
1908
2023-02-06
Vivat

Schrijver op Ensie

Verkorting

(schilderk.) een perspectivisch verschijnsel, waar te nemen bij die deelen eener ruimtelijke voorstelling welke zich uitstrekken in een richting, van den aanschouwer af.

1870
2023-02-06
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Verkorting

Verkorting noemt men op papier of doek eene voorstelling van ligchamen en ligchaamsdeelen in de verbinding hunner door meting aangewezene lengte of breedte, maar in zoodanigen perspectiefvorm als zij zich uit een bepaald standpunt aan het oog vertoonen. Zulke verkortingen (raccourci) te ontwerpen is eene moeijelijke zaak en onderstelt eene naauwkeu...

Lees verder