Verhelen, verzwijgen
(verheelde, heeft verheeld), verbergen, verzwijgen, niet openbaren: wat bij den Almachtigen is. zal ik niet verhelen (Job 27 :11); de waarheid, de juiste, toedracht ener zaak verhelen; ik mag u niet verhelen, dat...; zijn misnoegen, een teleurstelling niet verhelen ; — vgl. Verholen.