Wat is de betekenis van verdubbelen?

2022
2022-12-04
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

verdubbelen

(1899) (euf.) verdoemen; als krachtterm: verdubbeld! • .... maar dan zing ik er boven uit: „Wien Neêrlands bloed. En verdubbeld me: ze benne mezekaal, den houe ze er in n'ameri stil”..(mevr. G. Boll, geb. Denijs: Uit Kennemerland. Schetsen en Beelden door Nora. 1899, geciteerd in WNT)

Lees verder
2019
2022-12-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

verdubbelen

verdubbelen - Werkwoord 1. ergatief tweemaal zo groot worden De winst verdubbelde in dat kwartaal. 2. (ov) tweemaal zo groot maken, vermenigvuldigen met twee Zij hebben hun inspanningen verdubbeld. 3. (refl) zich ~ tweemal zo groot worde...

Lees verder
2018
2022-12-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

verdubbelen

verdubbelen - regelmatig werkwoord uitspraak: ver-dub-be-len 1. twee keer zo groot maken of worden ♢ we hebben de inzet voor het spel verdubbeld Regelmatig werkwoord: ver-dub-be-len ik verdubbel ...

Lees verder
1973
2022-12-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Verdubbelen

(verdubbelde, heeft en is verdubbeld), tot het dubbele, tweemaal zo groot maken: een geldsom verdubbelen; (oneig.) zijn schreden verdubbelen, verhaasten, sneller gaan lopen; tweemaal zo groot worden: de bevolking is binnen een eeuw verdubbeld; (oneig.) met verdubbelde kracht.

1952
2022-12-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Verdubbelen

v., fordûbelje.

1950
2022-12-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Verdubbelen

(verdubbelde, heeft en is verdubbeld), 1.tot het dubbele, tweemaal zo groot maken : een getal, een geldsom verdubbelen ; — (oneig.) zijn schreden verdubbelen, verhaasten, sneller gaan lopen; — (met betr. tot geluid) weerkaatsen of weerkaatst worden: zijn voetstap bonst de kromme gangen verdubbeld rond (Starin...

Lees verder
1937
2022-12-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

verdubbelen

verdubbelde, h. (1), i. (2) verdubbeld (tweemaal zo groot 1 maken, 2 worden): 1 zijn spoed verdubbelen; 2 zijn ijver verdubbelde.

Lees verder
1930
2022-12-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

verdubbelen

(vәr'dubbәlәn) (verdubbelde, verdubbeld) I. (heeft) 1. tweemaal zo groot maken. 2. nog eens herhalen. II. (is) 1. dubbel worden. 2. vermeerderen: zijn genegenheid verdubbelde.

Lees verder
1916
2022-12-04
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Verdubbelen

Verdubbelen - (Rijk.) van den gang, het overgaan van den stap tot den draf of van dezen tot den galop.

1898
2022-12-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VERDUBBELEN

VERDUBBELEN - (verdubbelde, heeften is verdubbeld), dubbel, tweevoudig maken: een getal verdubbelen; eene geldsom verdubbelen; — zijn ijver verdubbelde, werd tweemaal zoo groot; — zijne schreden verdubbelen, verhaasten, sneller loopen : — met verdubbelde kracht; — nog eens herhalen ; — (zeew.) een schip verdubbelen...

Lees verder
1856
2022-12-04
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Verdubbelen

b.w. - Een dubbele huid om een schip spijkeren.