Wat is de betekenis van verbum?

2020
2021-12-05
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

verbum

werkwoord. woord dat een werking uitdrukt, bv. een doen, zijn of worden en dat vervoegd kan worden; werkwoord. Voorbeelden: In de taalkunde is verbum een synoniem van werkwoord http://nl.wikipedia.org/wiki/Verbum Aoristus secundus. De aoristus van een verbum dat wordt gevormd door de wortel in zijn kortste vorm + de uitgang v...

Lees verder
2019
2021-12-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

verbum

verbum - Zelfstandignaamwoord 1. woord 2. werkwoord De spelling van de Nederlandse verba is ook voor geboren en getogen Nederlanders vaak heel lastig. Woordherkomst afkomstig uit het Latijn

Lees verder
2018
2021-12-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

verbum

verbum - zelfstandig naamwoord uitspraak: ver-bum 1. woord dat een handeling, toestand, of proces aangeeft ♢ het woord 'verenigen' is een verbum Zelfstandig naamwoord: ver-bum het verbum ...

Lees verder
2007
2021-12-05
logopedie

Logopedisch Lexicon

Verbum

afk. V; werkwoord

1994
2021-12-05
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Verbum

[Lat.] woord; (spraakk.) werkwoord.

1981
2021-12-05
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

verbum

(Lat.), zie werkwoord.

1973
2021-12-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

verbum

[Lat.], o. (verba), 1. woord: verba magistri, ’s meesters woorden; 2. werkwoord, deel van de zin dat een doen, zijn of worden uitdrukt, als een werking gedacht; het woord waardoor het gezegde (predikaat) aan een subject verbonden wordt (e). (e) Verbum is de benaming van een waarschijnlijk in alle talen voorkomende woordsoort. Verbonden met...

Lees verder
1955
2021-12-05
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Verbum

o., woord, werkwoord

1950
2021-12-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Verbum

(Lat.), o. (verba), 1. woord: verba magistri, ’s meesters woorden : — verba valent usu, de woorden krijgen hun betekenis door het gebruik : — verba volant, scripta manent, het gesproken woord vervliegt, het geschrevene blijft: — verbi divini minister, bedienaar des goddelijken woords; 2. w...

Lees verder
1948
2021-12-05
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

verbum

(Lat.) o. woord; werkwoord; ~ sat saplenti, (Lat.) een woord ts voor de wiize genoeg: een goed verstaander heeft maar een half woord nodig.

1937
2021-12-05
Scholastiek Lexicon

Latijns-Nederlandsch

VERBUM

1. Woord. Verbum aeternum, Eeuwig woord. Verba concionatoria, Verhalende woorden (EUCHARISTIELEER). Verba consecratoria, Consecratiewoorden (EUCHARISTIELEER). Verbum divinum, Goddelijk Woord. Verbum incarnatum, Vleeschgeworden Woord. Verbum increatum, Ongeschapen Woord. Verbum intellectus, Verstandsw...

Lees verder
1937
2021-12-05
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

verbum

o. verba (Lat. 1 woord; 2 werkwoord): 1 verbum sat sapienti, zie s a p i e n t i s a t; 2 verbum activum, bedrijvend; verbum defectivum, onvolledig; verbum impersonale, onpersoonlijk; verbum passivum, lijdend; zie ook v e r b a.

Lees verder
1933
2021-12-05
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Verbum

1° Lat. woord voor: woord; ook: ➝ werkwoord. 2° Nederlandsch katechetisch maandblad. Handelt over godsdienstonderwijs en godsdienstop voeding en is bestemd voor godsdienstleeraars, ouders en opvoeders. Opgericht in 1929 door het R. K. Centraal Bureau voor Opvoeding en Onderwijs te Den Haag.

Lees verder
1898
2021-12-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VERBUM

VERBUM - o. (verba), (oorspr.) woord; — werkwoord.

Lees verder
1870
2021-12-05
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Verbum

Zie Werkwoord.

1864
2021-12-05
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

verbum

verbum - o. (verba), woord; werkwoord