Wat is de betekenis van verblijf?

2019
2022-07-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

verblijf

verblijf - Zelfstandignaamwoord 1. het verblijven Ik zou graag mijn verblijf willen verlengen. 2. een onderkomen Dit is mijn verblijf voor de komende paar maanden. verblijf - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige ti...

Lees verder
2018
2022-07-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

verblijf

verblijf - zelfstandig naamwoord uitspraak: ver-blijf 1. het ergens zijn ♢ ons verblijf in Amerika was geen succes 2. plaats waar je bent ♢ in het dagverblijf mag je roken Zelfstandig...

Lees verder
1973
2022-07-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Verblijf

o. (verblijven), 1. zich ophouden: zijn verblijf te Parijs; 2. verblijfplaats; 3. woongelegenheid, onderkomen: een gerieflijk verblijf.

Lees verder
1952
2022-07-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Verblijf

s.n., forbliuw (it), tahâld (it), kertier (it); — houden, tahâlde, húshâlde, hûsmanje, bankje.

1950
2022-07-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Verblijf

o. (.. .ven), 1. het verblijven, zich ophouden: zijn verblijf te Parijs : een langdurig verblijf in de tropen ; waar houdt hij zijn verblijf ,? waar verblijft hij ? 2. plaats waar men verblijft, waar men tijdelijk of duurzaam gevestigd is ; een vast verblijf, plaats waar iem. steeds is ; 3. woongelegenheid : een ger...

Lees verder
1937
2022-07-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

verblijf

o. verblijven (1 oponthoud; 2 verblijf-, woonplaats): 1 een langdurig verblijf in de tropen; 2 een rustig verblijf; verblijf houden te.

Lees verder
1916
2022-07-06
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Verblijf

Verblijf - zie WOONPLAATS.

1898
2022-07-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VERBLIJF

VERBLIJF - o. (...ven), oponthoud: zijn verblijf te Parijs; plaats van verblijf : waar houdt hij zijn verblijf ?; een vast verblijf, woonplaats. VERBLIJFJE, o. (-s).

Lees verder
1898
2022-07-06
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Verblijf

zie Oponthoud, zie Woning.