Verbijten
(verbeet, heeft verbeten), 1. (Zuidn.) door bijten verjagen ; 2. (Zuidn.) doodbijten ; 3. met moeite inhouden, onderdrukken door te bijten, de tanden op elkaar te drukken of op de lippen te bijten : zijn lach verbijten ; zij verbeet haar pijn ; — (wederk., fig.) zich met moeite inhouden : ik stond mij van woede te verbijten...