Wat is de betekenis van verbazend?

2019
2021-05-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

verbazend

verbazend - Werkwoord 1. onvoltooid deelwoord vanverbazen

Lees verder
2018
2021-05-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

verbazend

verbazend - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ver-ba-zend 1. wat veel indruk op je maakt ♢ Norman heeft een verbazend goed geheugen 2. waar je verwonderd over bent ♢ dat kind kan verbazend veel e...

Lees verder
1973
2021-05-08
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

verbazend

bn. en bw. (-er, -st), 1. verwonderlijk; veel eten, drinken; hij is — rijk; 2. buitengewoon: een — geheugen.

Lees verder
1952
2021-05-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Verbazend

adv., forbaesd, ynoarm, misbaerlik, woast, woest, stoarmsk.

1950
2021-05-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Verbazend

I. bn. bw. (-er, -st), 1. wat doet verbazen, verwonderlijk: verbazend veel eten, drinken ; een verbazend groot huis; hij is verbazend rijk; 2. zeer groot of sterk: een verbazend geheugen; een verbazende drukte; II. tw., uitroep van verbazing: wel verbazend, wat een grote vis!

Lees verder
1898
2021-05-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VERBAZEND

VERBAZEND - bn. bw. (-er, -st), hetgene doet verbazen, verwonderlijk : verbazend veel eten, drinken; een verbazend groot huis; zeer groot: een verbazend geheugen; —. tw. uitroep van verbazing: wel verbazend, wat een groote visch !

Lees verder