Wat is de betekenis van VEN?

2019
2022-11-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ven

ven - Zelfstandignaamwoord 1. (geologie) ondiep meertje op zandgrond Er lag een prachtig vennetje tussen bos en heide.

Lees verder
2018
2022-11-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ven

ven - zelfstandig naamwoord 1. meertje op de hei ♢ bij een vennetje rustten we even uit Zelfstandig naamwoord: ven de ven de vennetje

Lees verder
1984
2022-11-27
Milieu-encyclopedie

Oosthoek milieu-encyclopedie

ven

oorspronkelijk voedselarme, meestal ondiepe zoetwaterplas gelegen op voedselarme hogere zandgronden. Een ven komt meestal voor op een plaats waar zand is uitgestoven tot onder het grondwaterniveau. Sommige vennen zijn ontstaan in laagten waar water is blijven staan, omdat er een ondoordringbare laag in de bodem zit (b.v. een leemlaag). Vennen zijn...

Lees verder
1973
2022-11-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Ven

o., (-nen), ondiep, voedselarm meertje met wisselende waterstand in heide of heidebos.

1963
2022-11-27
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar

ven

(de, -s), ventilator (in woonruimte e.d., in motor). Een ven die vlak bij zijn hoofd draaide maakte hem misselijk (Roemer 1976: 37). -Etym.: Verkorting van 'ventilator’. -Zie ook de schrijfwijze fan( ).

Lees verder
1954
2022-11-27
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Ven

is een open plas, zoals die in vlakke, door water- of winderosie ontstane vlakke kommen op plcislogenc gronden in Ned. en daarbuiten worden aangetroffen. Bij de natuurliefhebbers hebben grote bekendheid verkregen de bos-v. bij Oisterwijk, de heide-v. van Lattrop (nabij Denekamp) en van Arcen. De begroeiing bestaat op de allerarmste gronden uit veen...

Lees verder
1950
2022-11-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Ven

(vloot, is gevloten), stromen, vloeien (thans alleen in hog. st.): het snel vende water; de tranen vloten over haar wangen.

1937
2022-11-27
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

ven

v. vennen, vennetje (meertje met helder water [in een heide]): de vennen in N.-Br.

1933
2022-11-27
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Ven

kleine, heldere plas i/d heide.

1933
2022-11-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Ven

➝ Vennen.

1930
2022-11-27
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

ven

o. (-nen; -netje) [~ veen] 1. Eig. plas, klein meer in de heide. 2. Metn. stuk weiland daaromheen.

Lees verder
1898
2022-11-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VEN

VEN - v. v-nen), klein meer in de heide; stuk weiland daar omheen.

1870
2022-11-27
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Ven

Ven (Elize van de), een Nederlandsch onderwijskundige, geboren te Edam den 6den October 1833, studeerde en promoveerde te Leiden in de wis- en natuurkunde, werd in 1856 leeraar aan het gymnasium te Leiden, in 1864 directeur van de hoogere burgerschool te Haarlem, bekleedde van 1860 tot 1872 de betrekking van schoolopziener en schreef o. a.: „Begins...

Lees verder