Wat is de betekenis van Veiligheid?

2019
2021-03-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

veiligheid

veiligheid - Zelfstandignaamwoord 1. een situatie waarin een bepaald gevaar niets kan aanrichten De huizen werden in veiligheid gebracht voor de naderende storm. Woordherkomst Afgeleid van veilig met het achtervoegsel -heid.

Lees verder
2018
2021-03-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

veiligheid

veiligheid - zelfstandig naamwoord uitspraak: vei-lig-heid 1. het veilig zijn ♢ in verband met de veiligheid, moet je een autogordel om 1. in veiligheid brengen [op een veilige plaats] ...

Lees verder
2006
2021-03-08
Basisboek integrale veiligheid

Begrippenlijst uit basisboek integrale veiligheid

Veiligheid

De effectieve bescherming van mensen tegen persoonlijk leed: tegen de aantasting van hun lichamelijke en geestelijke integriteit.

2005
2021-03-08
Basisboek Effectief leren

Basisboek Effectief leren

Veiligheid

Ervoor zorgen dat falen op een vraag zonder gezichtsverlies mogelijk is.

2003
2021-03-08
Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Veiligheid

Kinderen durven alles. Kinderen geven over het algemeen wel aan waar ze aan toe zijn en ook waar ze nog niet aan toe zijn. Als een kind iets van je vraagt wat hij voor het eerst alleen wil doen, ga dan eerst even na of hij dat misschien inderdaad wel zou kunnen en laat hem dan gaan. Maar wees voorzichtig met te veel van je kind vragen, want dat ka...

Lees verder
1965
2021-03-08
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

VEILIGHEID

geestelijke rust die te danken is aan de overtuiging dat men niets te vrezen heeft. Ze Vormt een van de fundamentele behoeften van de mens, de essentiële voorwaaide van zijn geestelijke gezondheid.

1950
2021-03-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Veiligheid

v., veilige staat, toestand van iem. die of iets dat veilig is: de veiligheid van straten en wegen; iets in veiligheid brengen, op een veilige plaats, — voor de veiligheid, om veilig te zijn.

1933
2021-03-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Veiligheid

1° ➝ Beveiligingsmaatregel; Gevaar (strafrecht); Safety first movement; Veiligheidsmaatregel; Veiligheidstoestellen; Veiligheidswetgeving. 2° (Electrotechniek) In het algemeen een inrichting, waardoor een keten bij een bepaalde stroomsterkte (stroomveiligheid) of spanning (spanningsveiligheid) automatisch wordt geopend, ter voorkoming van b...

Lees verder
1916
2021-03-08
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Veiligheid

Naam van verschillende instrumenten, die dienen om het een of ander ongeluk te voorkomen, bijv. de veiligheidsklep op eene stoommachine, waardoor de stoom ontsnappen kan als de spanning te groot zou worden en er dus gevaar zou ontstaan dat de ketel sprong.

1898
2021-03-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VEILIGHEID

VEILIGHEID - v. zekerheid, veilige staat, toestand.