Wat is de betekenis van vee?

2019
2021-01-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vee

vee - Zelfstandignaamwoord 1. door de mens om economische redenen gehouden dieren

Lees verder
2018
2021-01-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vee

vee - zelfstandig naamwoord 1. grote, tamme dieren, die melk, vlees of wol leveren ♢ het vee op de boerderij bestond uit koeien en schapen Zelfstandig naamwoord: vee het vee

Lees verder
2007
2021-01-26
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

vee

gemeen volk; gespuis; geboefte. In het Engels is vee (‘cattie’) meestal van toepassing op vrouwen (vnl. prostituees) en slaven. Syn.: tuig.Ik zal je zeggen, wat je bent! Een stuk vee ben je een ... (Nieuwe Rotterdamsche Courant, 04/07/1910) De tv is voor het vee, en brengt programma’s die het vee behagen. (Gerrit Komrij, Horen, z...

Lees verder
2002
2021-01-26
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Vee

Door de nauwe verbondheid in vroegere tijden tussen mens en dier en de gedachte dat ook de dieren bezield waren (animisme), kwam er een ritueel tot ontwikkeling dat weinig bekend is; in geheel Nederland nam de boer afscheid van zijn vee op de dag van zijn uitvaart. Hiertoe werd de kist met de overledene half opgericht en gekeerd naar het op stal st...

Lees verder
1973
2021-01-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

vee

o. (g. mv.), 1. algemene naam voor de tamme dieren die de mens wegens hun nut houdt, m.n. de viervoetige dieren die melk, wol, vlees enz. leveren: het — graast in de weide; 2. (scherts.) eigen —, ongedierte; 3. (als scheldwoord) tuig, gespuis.

Lees verder
1950
2021-01-26
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Vee

o. g.mv.j 1. alg. naam voor de tamme dieren die de mens wegens hun nut houdt, meer in ’t bijz. (tgov. pluimvee) de viervoetige dieren die melk, wol, vlees enz. leveren: het vee graast in de weide; al het gedierte en al het vee, dat met hem in de ark was (Gen. 8:1); de boer kijkt naar zijn vee; een kudde vee; aan...

Lees verder
1933
2021-01-26
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Vee

➝ Veeteelt en anderen samenstellingen met Vee-.

1916
2021-01-26
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Vee

Vee - Uit een natuurhistorisch oogpunt gerangschikt, behoort het vee tot de orde van de Herkauwers, afdeeling van de Artiodactyla (gespleten-hoevige), onderafdeeling van de Selenodonta, familie van de Cavicornia (holhoornige), en is volgens Rutemeijer te verdeelen in: I.Bubalina, waartoe behooren: de Indische Buffel met zijn verschillende variëteit...

Lees verder
1898
2021-01-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VEE

VEE - o. redelooze dieren; (inz.) tamme viervoetige dieren waarvan de menschen melk, wol, vleesch enz. bekomen; het vee van het veld, horenvee; gewold vee, schapen; (w. g.) geschubd vee, visschen; gevederd vee, vogelen; — (fig.) dat is vee van Laban, een troep deugnieten, gespuis.

Lees verder
1898
2021-01-26
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Vee

zie Beest.