Wat is de betekenis van vaststellen?

2019
2021-01-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vaststellen

vaststellen - Werkwoord 1. (ov) bevestigen dat iets zo is Toen de agent bij het ongeluk kwam, kon hij vaststellen dat de auto tegen de lantaarnpaal was gereden. 2. (ov) opleggen De overheid stelt regels vast voor het verkrijgen van een paspoort....

Lees verder
2018
2021-01-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vaststellen

vaststellen - regelmatig werkwoord uitspraak: vast-stel-len 1. zien dat het zo is ♢ hij stelde vast dat ze groene ogen had 2. begrijpen uit wat je waarneemt ♢ de oorzaak van het ongeluk kon niet...

Lees verder
1973
2021-01-17
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

vaststellen

(stelde vast, heeft vastgesteld), bepalen: de vastgestelde tijd en plaats; als feit noemen of aanwijzen: de oorzaak van de brand is nog niet vastgesteld.

1950
2021-01-17
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Vaststellen

(stelde vast, heeft vastgesteld), 1. bepalen: de dag van de vergadering is vastgesteld. 2. besluiten: iets in een vergadering vaststellen. 3. als feit noemen, constateren: ik stel vast dat er nog niets veranderd is. VASTSTELLING v. (-en), 1. het vaststellen: de vaststelling der disconto’s....

Lees verder
1898
2021-01-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VASTSTELLEN

VASTSTELLEN - (stelde vast, heeft vastgesteld), zoo stellen dat iets vaststaat; (fig.) bepalen: de dag is vastgesteld; vastgestelde prijzen; het aantal is reeds vastgesteld; vast besluiten: iets in eene vergadering vaststellen. VASTSTELLING, v. bepaling, regeling, besluit.

1898
2021-01-17
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Vaststellen

zie Bepalen.