Wat is de betekenis van VASTHEID?

1990
2022-10-02
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

vastheid

vastheid - De betrekkelijke onafhankelijkheid van de waargenomen kleur van het voorwerp van veranderingen in kleur van de lichtbron.

1981
2022-10-02
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

vastheid

het vermogen van een vast lichaam om weerstand te bieden tegen verandering van de vorm door druk of trek, verbuiging of verdraaiing. De vastheid wordt bij metalen gemeten in newton/mm*, bij andere stoffen in newton/cm2. De aard van deze vastheid kan verschillend zijn, b.v. deegachtig; men noemt dat wel de consistentie van een stof.

Lees verder
1973
2022-10-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Vastheid

v., het vast-zijn: de vastheid van een pudding, consistentie; vastheid van karakter; zekerheid: de vastheid des geloofs; de aggregatietoestand van vast te zijn; (natuurkunde) kracht waarmee een lichaam aan een uitwendige werking weerstand biedt.

Lees verder
1952
2022-10-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vastheid

s., fêstens, fêstichheit.

1950
2022-10-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Vastheid

v., 1. het vast-zijn. inz. in de bet. 1.: de vastheid van de wrongel; — (nat.) kracht waarmee een lichaam aan een uitwendige werking weerstand biedt. 2. (lig.) zekerheid: de vastheid des geloofs.

Lees verder
1937
2022-10-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vastheid

v. (het vast zijn; inz. stevigheid; dichtheid; fig. zekerheid).

1933
2022-10-02
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Vastheid

(techn,), ➝ Drukvastheid; Trekproef.

1930
2022-10-02
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

vastheid

v. 1. Algm. het vast zijn, stevigheid, dichtheid. 2. Inz. het vast (I 24) zijn, zekerheid.

Lees verder
1916
2022-10-02
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Vastheid

Noemt men het weerstandsvermogen van materialen tegen trek, druk, afschuiving en buiging.

1898
2022-10-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VASTHEID

VASTHEID - v. stevigheid, dichtheid; (fig.) zekerheid.

1864
2022-10-02
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Vastheid

Vastheid, v. gmv. stevigheid, digtheid; (fig.) zekerheid.