Wat is de betekenis van vastentijd?

2020
2021-12-08
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

vastentijd

tijd bestemd om te vasten. periode waarin men zich om geloofsredenen onthoudt van of matigt in het gebruik van voedsel, drank en genotsmiddelen; in het bijzonder: periode van veertig dagen voor soberheid en inkeer die in het katholieke kerkelijk jaar begint op Aswoensdag en eindigt op paaszaterdag; tijd bestemd om te vasten. Voorbeelden:...

Lees verder
2019
2021-12-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vastentijd

vastentijd - Zelfstandignaamwoord 1. tijd waarin gevast wordt 2. christelijke (religie) veertigdagentijd, periode van veertig dagen tussen Aswoensdag en Pasen waarin gevast wordt Woordherkomst samenstelling van vasten en tijd

Lees verder
1973
2021-12-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

vastentijd

m., (r.-k.) de veertigdagentijd, boetetijd ter voorbereiding op het paasfeest. (e) De vastentijd is ontstaan naar aanleiding van het feit dat na het Edict van Milaan (313) de grote massa tot het christendom overging en men deze stroom wilde voorbereiden op de doop tijdens de paaswake (→catechumenaat). Daarnaast kreeg de (veertigdaagse) vasten...

Lees verder
1952
2021-12-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vastentijd

s., fêsteltiid.

1950
2021-12-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Vastentijd

m. tijd van de veertigdaagse Vasten.

1937
2021-12-08
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vastentijd

m. (de tijd der 40-daagse vasten); zie v a s t e n 2.

1933
2021-12-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Vastentijd

Heilige, ➝ Vasten.