Wat is de betekenis van vast?

2026-01-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Vast

bn. bw. (-er, meest —), 1. in zijn delen sterk samenhangend, niet los: dat hout is nogal vast; vast deeg, stijf ineengewerkt; vaste kaas, droge kaas; een vaste rots; (bouwk.) vaste grond, waarin een fundering op staal kan worden toegepast; (de) vaste grond onder de voeten hebben; de vaste wal,...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-21
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

vast

vast - Bijvoeglijk naamwoord 1. stevig De vaste verbinding moest met een zaag weer losgemaakt worden. 2. permanent Er is een vaste oeververbinding, zodat auto's makkelijk op en neer kunnen rijden. 3. (thermodynamica) kristallijn of amorf ...