Wat is de betekenis van vast?

2019
2021-01-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vast

vast - Bijvoeglijk naamwoord 1. stevig De vaste verbinding moest met een zaag weer losgemaakt worden. 2. permanent Er is een vaste oeververbinding, zodat auto's makkelijk op en neer kunnen rijden. 3. (thermodynamica) kristallijn of amorf ...

Lees verder
2018
2021-01-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vast

vast - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord 1. stevig met iets verbonden, niet beweegbaar ♢ het plakband zit erg vast 1. vaste vloerbedekking [aan de randen van de vloer vastgemaakt] ...

Lees verder
2003
2021-01-23
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

vast

vast - Term uit de effectenhandel om de stemming mee aan te geven. De beurs is vast als de meeste koersen stijgen.

1998
2021-01-23
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Vast

zo - als een huis, zeker. Cliché dat vooral geliefd is onder journalisten. Bovendien was die Sint tegen alles dik verzekerd, zo vast als een huis. (J.A. Deelder: Drukke dagen, 1988)

Lees verder
1973
2021-01-23
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

vast

(-er, meest —), bn. en bw., niet beweeglijk of verplaatsbaar: een vaste wastafel; (fig.) hij zit erg — aan zijn geld, geeft het moeilijk uit; sterk, stevig: hij staat niet — op de schaats; sta —! hou je goed, zet je schrap; het schip ligt — op het water, het slingert niet; vaste activa, — kapitaal, die in het b...

Lees verder
1950
2021-01-23
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Vast

bn. bw. (-er, meest —), 1. in zijn delen sterk samenhangend, niet los: dat hout is nogal vast; vast deeg, stijf ineengewerkt; vaste kaas, droge kaas; een vaste rots; (bouwk.) vaste grond, waarin een fundering op staal kan worden toegepast; (de) vaste grond onder de voeten hebben; de vaste wal,...

Lees verder
1916
2021-01-23
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Vast

Vast - eigenschap van een lichaam, daarin bestaande, dat er groote uitwendige krachten noodig zijn voor vormverandering en breuk. In tegenstelling hiermede staan de eigenschappen broos en plastisch. Scherp zijn deze qualiteiten echter niet te omschrijven, daar de werking van deformeerende krachten zeer sterk afhangt van den tijdsduur ervan. De mees...

Lees verder
1910
2021-01-23
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Vast

Vast - beursterm, te kennen gevende, dat op de markt de verkoopers volstrekt ongeneigd waren tot lagere prijzen af te geven en de koopers wel tot vorige koersen koopen, doch niet hooger besteden wilden.

1898
2021-01-23
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Vast

zie Bestendig.

1898
2021-01-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Vast

Het begrip vast heeft 2 verschillende betekenissen: 1. vast - VAST - bn. (-er, meest -), in zijne deelen sterk samenhangend, niet los: dat hout is nogal vast; eene vaste rots; den vasten grond onder de voeten hebben; de vaste wal, in tegenstelling van de zee; het vaste land; — (spr.) dat is zoo vast als een muur, zeer onbeweeglijk; ik zit zo...

Lees verder