Wat is de betekenis van variëteit?

2019
2021-03-03
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

variëteit

variëteit - Zelfstandignaamwoord 1. verscheidenheid, afwisseling 2. (biologie) iets afwijkende vorm van een bepaalde soort die erfelijk is Woordherkomst afgeleid van het Franse variété (met het achtervoegsel -teit) Verwante begrippen variatie, verandering, taxon

Lees verder
2018
2021-03-03
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

variëteit

variëteit - zelfstandig naamwoord uitspraak: va-ri-e-teit 1. artikel waar meerdere soorten van zijn ♢ deze winkel heeft veel variëteiten natuurproducten Zelfstandig naamwoord: va-ri-e-teit de variëteit ...

Lees verder
2015
2021-03-03
Bouw- en Vastgoedlexicon

Het Bouw- en Vastgoedlexicon door Hendrik Leurs.

Variëteit

Groep planten binnen één soort, daarvan meestal één of enkele minder belangrijke punten afwijkend. Variëteiten kunnen vermeerderd worden door middel van zaaien.

1993
2021-03-03
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Variëteit

verscheidenheid; afwijkende vorm van een soort

1981
2021-03-03
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

variëteit

1. gesteentekundig: een door inwerking van buitenaf veranderd mineraal. Rookkwarts is b.v. een bruine variëteit van het glasheldere bergkristal; 2. biologie: een geringe, erfelijke verandering van een dier- of plantesoort (biotype, ondersoort); zie soort en zie systeem.

Lees verder
1974
2021-03-03
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

variëteit

(L., varietas = afwisseling), afwijkende vorm die bij een soort kan optreden door veranderde omstandigheden of door veranderd genotype. Verandering door uitwendige omstandigheden heet modificatie; door verschil in aanleg variant.

1973
2021-03-03
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

variëteit

[Fr., Lat.], v. (-en), verscheidenheid, afwisseling; (biologie) varietas (afk. var.) in de biosystematiek een indelingscategorie van lager rang dan soort (e). (e) BIOLOGIE. Een variëteit verschilt van de naastverwante variëteiten vrij constant door een of meer kenmerken (van betrekkelijk geringe betekenis) en vertegenwoordigt lokaal de...

Lees verder
1950
2021-03-03
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Variëteit

(<Fr.-Lat.), v. (-en), 1. verscheidenheid, afwisseling; 2. (biol.) afwijkende vorm die een soort kan verkrijgen door uitwendige omstandigheden of door een erfelijk enigszins ongelijke aanleg (tgov. modificatie); 3. (wisk.) ben. in de meerdimensionale meetkunde voor krommen, oppervlakken en daarmee analoge figuren van meer dimensies.

Lees verder
1949
2021-03-03
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Variëteit

(plant- en dierk.), afwijkende vorm, die een soort kan verkrijgen door afwijkende uitwendige omstandigheden.

1948
2021-03-03
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

variëteit

v. verscheidenheid, afwijking; vormafwijking bij plant- en diersoorten.

1939
2021-03-03
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Variëteit

(< Lat. varietas = verscheidenheid; < varius = verschillend). Math. gebruikt voor de generalisering van de begrippen kromme en oppervlak op de ^-dimensionale ruimte.

1933
2021-03-03
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Variëteit

➝ Ras; Variatie.

1916
2021-03-03
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Variëteit

Variëteit - algemeene naam voor een figuur in een ruimte van meer dan drie afmetingen. Ook de naam, die aan de onderverdeelingen der soorten gegeven wordt. Daar de omgrenzing van het soortsbegrip niet vaststaat, zal men wel inzien, dat ook de v. niet scherp te definieeren is. De een noemt v., wat door den ander als soort beschreven wordt, enz.

1914
2021-03-03
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

variëteit

variëteit - v., verscheidenheid,soort.

1898
2021-03-03
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VARIËTEIT

VARIËTEIT - v. (-en), verscheidenheid, afwisseling; bastaardsoort.

1870
2021-03-03
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Variëteit

Variëteit of verscheidenheid noemt men afwijkingen in ondergeschikte kenmerken binnen de grenzen der soort (zie Stelsel). Zij ontstaat bij de voortplanting door de verschillende eigenaardigheden der beide seksen, die door vermenging aanleiding geven tot velerlei afwijkingen, terwijl voorts onderscheidene bijkomende omstandigheden, inzonderheid woon...

Lees verder
1864
2021-03-03
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

varieteit

varieteit - v. (varieteiten), verscheidenheid, afwisseling; bastaardsoort