Vacant
(<Lat.), bn., ledig, onbezet, te vergeven: (van een abdij enz. waarvan het beheer onbezet is): een vacante kerk; — (van een plaats waar een post van onderwijzer, predikant enz. vacant is): Schoondijke is vacant; — thans meestal van een ambt dat, een post enz. die opengevallen is: die plaats was niet vacant; in at...