Wat is de betekenis van vaartuig?

2019
2022-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vaartuig

vaartuig - Zelfstandignaamwoord 1. een vervoermiddel in principe voor vervoer over wateroppervlakten, met uitzondering van luchtvaartuig en ruimtevaartuig (dus ook door de lucht of het luchtledige) Het zelfgemaakte vlot bleek geen zeewaardig vaartuig te zijn. Woordherkomst samenst...

Lees verder
2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vaartuig

vaartuig - zelfstandig naamwoord uitspraak: vaar-tuig 1. een ding waar je mee kunt varen ♢ een roeiboot en een zeilboot zijn vaartuigen Zelfstandig naamwoord: vaar-tuig het vaartuig de v...

Lees verder
1990
2022-05-16
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

vaartuig

vaartuig - Vaartuigen die kunnen drijven en die zijn gebouwd om over het water te reizen of zaken te vervoeren, bijvoorbeeld een boot, schip of vlot.

1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Vaartuig

o. (-en), schip, boot: een scherp vaartuig, dat snel zeilt of vaart.

1952
2022-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vaartuig

s.n., fartúch (it), gefaer (it).

1950
2022-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Vaartuig

o. (-en), 1. (coll., veroud., nog in hist. stijl) schepen, boten: de bouw van laag op het water liggend vaartuig; 2. schip, boot: een scherp vaartuig, dat snel zeilt of vaart; 3. (soms in tegenst. met schip) alg. ben. voor een klein schip, schuit of sloep: inlandse vaartuigen; 4. (gew.) rijtuig, wagen.

Lees verder
1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vaartuig

o. vaartuigen (schip, schuit); zie roeivaartuig.

1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VAARTUIG

VAARTUIG - o. (-en), schip, schuit; scherp vaartuig snelzeilend vaartuig: — (gew.) rijtuig.

Lees verder