Wat is de betekenis van VAARDIG?

2019
2022-05-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vaardig

vaardig - Bijvoeglijk naamwoord 1. uitstekend tot een bepaalde taak in staat Juramaia, de vroegste fossiele vertegenwoordiger van de Eutheria. was waarschijnlijk een vaardige klimmer en het vermogen in bomen te leven kan heel goed hebben bijgedragen tot het succes van de nieuwe groep. ...

Lees verder
2018
2022-05-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vaardig

vaardig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: vaar-dig 1. snel en met zoveel mogelijk resultaat ♢ hij is erg vaardig met de hamer Bijvoeglijk naamwoord: vaar-dig ... is vaardiger dan ... he...

Lees verder
1980
2022-05-20
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Vaardig

De oorspronkelijke betekenis van vaardig, een woord dat afgeleid is van het zelfstandige naamwoord vaart: tocht, gang, snelheid, koers, is: gereed om te gaan, klaar voor de reis, reisvaardig. Bekend is de bijbelse uitdrukking: vaardig worden over in de betekenis: inspireren, bezielen. De geest des Heren werd vaardig overDavid, leest men in i Sam. 1...

Lees verder
1973
2022-05-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Vaardig

bn. en bw. (-er, -st), 1. tot iets bereid, gereed: vaardig tot de strijd; de geest werd vaardig over hem, hij raakte bezield; 2. behendig, bedreven: een vaardige pen; een vaardig brein, tot snel inzicht, resp. reageren in staat.

Lees verder
1952
2022-05-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vaardig

adj. & adv., feardich, furdich, tûk, linich, biret, byderhant, redsum.

1950
2022-05-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Vaardig

bn. bw. (-er, -st), (inz. in schrijftaal), 1. (veroud.) bereid, klaar tot de vaart, tot de reis; — (thans nog) (bijb.) de geest (des Heren) wordt over iem. vaardig, komt over hem, inspireert, bezielt hem; 2. tot iets bereid, gereed: maak u vaardig tot de reis; vaardig tot de strijd; 3. (mil.) (ook als commando) gereed...

Lees verder
1937
2022-05-20
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vaardig

bn., bw. (eig. tot de vaart gereed: 1 gereed; 2 behendig, bedreven): 1. ik ben vaardig tot de reis; maak u vaardig; 2. hij is vaardig met de pen, zij is vaardig met de naald, bijdehand; vaardig in iets zijn; nog: zegsw. de geest werd vaardig over hem, bezield, geïnspireerd worden.

Lees verder
1921
2022-05-20
Levende taal

T. Pluim - 1921

Vaardig

van vaarde = gang, reis (van varen — gaan), dus: geschikt, gereed voor de reis, en later meer algemeen: bereid, geschikt. Vaart is een afl op t van varen = gaan (vergel. teelt van telen, tocht van tiegen, gracht, eig. graft, van graven, enz.). Vandaar Hemelvaart: gang ten hemel; met groote vaart = gang, snelheid; vaart = watergang. Ook komt v...

Lees verder
1898
2022-05-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VAARDIG

VAARDIG - bn. bw. (-er, -st), VAARDIGLIJK, bw. behendig, bedreven, vlug: vaardig zijn met de pen, met de naald, vlug kunnen schrijven of stellen, naaien; — gereed, bereid : hij is altijd even vaardig; maak u vaardig tot de reis; — gewillig: vaardig zijn om iets te vergeven. VAARDIGHEID, v. behendigheid, gemak; vlugheid; bereidheid.

Lees verder
1898
2022-05-20
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Vaardig

zie Vlug.