Wat is de betekenis van Uniform?

2021
2021-09-23
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Uniform

Een uniform is kleding waarmee de drager herkend kan worden als lid van een groep of organisatie. Vaak is aan het uniform ook te zien welke functie de drager heeft. Uniform betekent gelijkvormig en geeft dus aan dat alle dragers dezelfde kleding dragen. Het doel van een uniform is herkenning, mensen kunnen zien bij welke organisatie of bij welk bed...

Lees verder
2019
2021-09-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

uniform

uniform - Zelfstandignaamwoord 1. gelijke, vaak voorgeschreven, kleding 2. (spellingsalfabet) spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter u uniform - Bijvoeglijk naamwoord 1. éénvormig, gelijkvormig Woordherkomst afgeleid van het Latijnse forma met het voorvoegsel uni- Synoniemen [2] Utrec...

Lees verder
2018
2021-09-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

uniform

uniform - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord uitspraak: u-ni-form 1. hetzelfde als bij iets anders ♢ de prijzen zijn uniform, je betaalt overal hetzelfde 1. voorgeschreven kleding voor mensen van een bepaalde beroepsg...

Lees verder
2002
2021-09-23
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

uniform

Uniform is dezelfde kleding voor een bep. groep mensen; bijv. postbode, militair.

1994
2021-09-23
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Uniform

[Fr. uniforme] I zn gelijkvormige kleding, dienstkleding; II bn eenvormig.

Lees verder
1993
2021-09-23
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Uniform

eenvormig; dienstkleding

1991
2021-09-23
Lesbotaal Lexicon (1991)

Lesbiaans : lexicon van de lesbotaal (1991). Geschreven door Kunst, Hanneke, en Xandra Schutte.

Uniform

Uniform - stereotiep potteuze dracht. In de jaren vijftig bestond dat uit bijvoorbeeld een tailor-made mantelpak, spijkerkistjes, stropdas, etc.; tegenwoordig een slobbertrui, mannenoverhemd, herencolbert, gympies, etc.

1981
2021-09-23
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

uniform

1. eenvormig: de landen van de EEG streven naar een uniforme regeling van de invoerrechten; 2. als zelfstandig naamwoord: gelijke kleding die voorgeschreven is voor de vertegenwoordigers van een bepaald beroep; militairen, post-, spoorweg-, politieen douanebeambten dragen een uniform.

Lees verder
1973
2021-09-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

uniform

[<Lat. uniformis, eenvormig], I. bn., 1. een-, gelijkvormig, algemeen geldig: een — tarief; 2. (wiskunde) gelijkmatig: — convergent, — continu; II. zn., v./m./o. (-en), (mode) gelijke kledij, dracht voor een bepaalde categorie van personen, m.n. voor militairen.

Lees verder
1955
2021-09-23
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Uniform

eenvormig; gelijkvormig

1952
2021-09-23
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Uniform

s., unifoarm.

1950
2021-09-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Uniform

(<Fr.), I. bn., 1. een-, gelijkvormig, algemeen geldig : een uniforme regeling ; een uniform tarief ; —- 2. (wisk.) gelijkmatig : uniform convergent; 3. (wisk.) eenwaardig; II. zn. v. en o. (-en), gelijke kledij, dracht voor een bep. categorie van personen, in ’t bijz. voor militairen: de Amerikaanse uni...

Lees verder
1948
2021-09-23
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

uniform

eenvormig, gelijkvormig; ~, v. dienstkleding; ~ tarief, o. eenheidstariel. waarbij men voor elke rit, onverschillig hoever, eenzelfde prijs betaalt.

1939
2021-09-23
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Uniform

(< Lat. uniformis; < forma = vorm). Lett. van één vorm. Math.1) Eenwaardig. 2) Gelijkmatig, b.v. in uniform convergent.

Lees verder
1933
2021-09-23
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Uniform

(➝ Lat. uniformis = eenvormig, gelijkvormig) is de naam voor de gelijkvormige kleeding van militairen en enkele andere groepen van personen, zooals politie-, spoorwegbeambten, enz. Het gebruik van u. op groote schaal voor militairen ontstond in de 17e eeuw met de oprichting van de staande legers. Aanvankelijk diende de kleur der u. om de regimenten...

Lees verder
1910
2021-09-23
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Uniform

Uniform - een- of gelijkvormig.

1898
2021-09-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Uniform

Het begrip uniform heeft 2 verschillende betekenissen: 1. uniform - UNIFORM - bn. een-, gelijkvormig : een uniform tarief. 2. uniform - UNIFORM - v. (-en), gelijke kleedij, dracht; inz. krijgsmansgewaad.

Lees verder
1870
2021-09-23
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Uniform

Uniform, zie Montéring.

1864
2021-09-23
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

uniform

uniform - bn. (uniformer, uniformst), een-, gelijkvormig