2019-12-13

uitstapje

uitstapje - Zelfstandignaamwoord 1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord uitstap 2. (zelfstandig verkleinwoord) kort plezierreisje Woordherkomst uitstap met het achtervoegsel -je Verwante begrippen excursie, tocht, toer, trip

2019-12-13

uitstapje

uitstapje - zelfstandig naamwoord uitspraak: uit-stap-je 1. dagje uit, tochtje ♢ we maakten een uitstapje naar de Efteling Zelfstandig naamwoord: uit-stap-je het uitstapje de uitstapjes

2019-12-13

uitstapje

Tijdelijke (seksuele) relatie met een andere persoon dan diegene met wie men samenleeft; slippertje*; seksueel avontuurtje. Door het gebruik van een verkleinwoord wordt de zaak wat gebagatelliseerd. Zie ook snoepreisje*. Mannen die door een verbreking van de relatie of om andere redenen geen seks met hun partner meer hadden, houden hun aantal orgasmen per week redelijk constant door masturbatie. Een andere belangrijke aanwijzing voor Baumeisters flexibiliteitsthese vormt het gegeven dat vrouweli...