Wat is de betekenis van uitroep?

2024-02-22
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

uitroep

uitroep - Zelfstandignaamwoord 1. wat men uitroept, luid geuite woorden of klanken Op het heuglijke nieuws liet ze een uitroep van vreugde. uitroep - Werkwoord 1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitroepen ♢... dat ik ...

2024-02-22
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

uitroep

uitroep - zelfstandig naamwoord uitspraak: uit-roep 1. hard geluid met je stem ♢ er klonk een uitroep van verbazing Zelfstandig naamwoord: uit-roep de uitroep de uitroepen Syn...

2024-02-22
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

uitroep

skreeu; bekendmaking; uitgeroep, skreeu, hard praat; bekend maak.

2024-02-22
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Uitroep

s., útrop, -galm, -gjalp, gei.

Wil je toegang tot alle 9 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Uitroep

m. (-en), 1. (veroud.) het uitroepen, bekendmaken : bij openbare uitroep; 2. wat men uitroept, luide geuite woorden, kreet: verwonderde uitroepen.

2024-02-22
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

uitroep

m. uitroepen (uitroeping, kreet).

2024-02-22
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

uitroep

('uit) m. (-en) 1. kreet. 2. bekendmaking.

2024-02-22
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Uitroep

m. (-en), kreet.

2024-02-22
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

UITROEP

UITROEP - m. (-en), kreet; bekendmaking.