Wat is de betekenis van uithangbord?

2025-12-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Uithangbord

o. (-en), 1. bord, schild dat voor een winkel, een magazijn, een herberg enz. naar buiten hangt en waarop de soort van nering die er gedaan wordt en de naam van de winkelier enz. of van het hotel vermeld of in figuur voorgesteld wordt: de uithangborden verdwijnen meer en meer. 2. (fig.) voorkomen, uiterlijk: haar uithangbord voors...

2025-12-07
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

uithangbord

(1914-1918) (Vlaanderen, sold.) iemand met een grote neus of kin. Ook de benaming (vnl. Antwerpen) voor het aangezicht. • Aangezicht: Uithangbord, bakkes, smoel, smoelwerk, facade, mannekesblad, teut, smikkel, snuit, bef, smoel-berg-op. (Jack De Graef: Het Groot Woorden- en Liedjesboek over het Antwerps dialekt. Vierde aangevulde druk. 1981)...

2025-12-07
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

uithangbord

uithangbord - Zelfstandignaamwoord 1. reclamebord haaks op de gevel van een winkel, kroeg en dergelijke bevestigd Tegen het antieke uithangbord van wat eens de 18de-eeuwse, inmiddels allang verdwenen chocolaterie ‘Au nègre joyeux’ was, heeft iemand een pot paarse verf gegooid, vast en zeker vanwege d...

2025-12-07
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

uithangbord

skild met naam e.a. besonderhede wat by handelsaak, winkel, ens. uitgehang word.

2025-12-07
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Uithangbord

s.n., úthingboerd (it), hingelboerd (it).

2025-12-07
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

uithangbord

o. uithangborden (1 naambord v. e. winkel of herberg, meestal met een of andere figuur; 2 uiterlijke schijn; uiterlijk, voorkomen): 1. het uithangbord, de Pleizierige Sauskom; 2. aan het uithangbord zou men zeggen, dat zij rijk zijn.

2025-12-07
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Uithangbord

→ Uithangteeken.

2025-12-07
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

uithangbord

('uit) o. (-en) I. Eig. naambord van een winkel, herberg enz. : de -en verhangen, ook Fig. van mening veranderen. II. Metf. 1. alles waardoor men zijn beroep of zijn mening openbaar maakt. 2. uiterlijke schijn : aan het zou men zeggen dat die familie rijk is.

2025-12-07
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Uithangbord

o. (-en), 1. uithangteken in de vorm van een bord of schild, voor b.v. een winkel; mijn arm is geen uithangbord, (scherts.) als iemand iets dat hem toegestoken wordt niet snel genoeg aanneemt; 2. (fig.) voorkomen, uiterlijk; betiteling die het wezen niet dekt: dat is maar een uithangbord.

2025-12-07
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

UITHANGBORD

UITHANGBORD - o. (-en), schild (voor een winkel, een magazijn, eene herberg enz.); (fig.) alles waardoor men zijn beroep (ook fig. zijne meening) openbaar maakt om er voordeel mede te doen : de uithangborden verhangen; — (gemeenz.) uiterlijke schijn : haar uithangbord voorspelt niet veel goeds.

Wil je toegang tot alle 14 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-07
Prisma Nederlands Fries

Unieboek | Het Spectrum (2025)