Wat is de betekenis van Uitgesproken?

2020
2021-01-16
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Uitgesproken

Uitgesproken is een bijvoeglijk naamwoord en betekent helder of onmiskenbaar. "Bram is een uitgesproken alcoholist, dag en nacht drinkt hij bier." In dit voorbeeld is het (over)duidelijk dat Bram een alcoholist is. Uitgesproken wordt ook vaak gebruikt wanneer het gaat over een karakter. In dit geval spreekt men vaak van een uitgesproken persoonlijk...

Lees verder
2019
2021-01-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

uitgesproken

uitgesproken - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van uitspreken

Lees verder
2018
2021-01-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

uitgesproken

uitgesproken - bijwoord uitspraak: uit-ge-spro-ken 1. zonder beperkingen, helemaal ♢ ze was uitgesproken vriendelijk Bijwoord: uit-ge-spro-ken Synoniemen schoon Tegenstellingen betrekkelijk

Lees verder
1978
2021-01-16
Germanismen in het Nederlands

Dr. S. Theissen

Uitgesproken

‘Hij heeft een uitgesproken sociaal karakter.’ De puristen beschouwen uitgesproken in de zin van ‘duidelijk, onbetwistbaar, bepaald’ als een germanisme (D. ‘ausgesprochen’). Koenen en Van Dale delen deze opvatting. De andere woordenboeken (behalve Weijnen, die het niet heeft opgenomen) aanvaarden uitgesproken ec...

Lees verder
1950
2021-01-16
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Uitgesproken

bn. bw., germ. voor: klaarblijkelijk, onbetwistbaar, positief.